De nuraghe (vervolg)

(vervolg van De nuraghe) De cultuur van de nuraghi is aanvankelijk verbonden met de landbouwers-herders (agro-pastorale gemeenschappen) die enerzijds een territorium nodig hadden voor de verbouw van hun landbouwprodukten, maar anderzijds een groter gebied bestreken met hun kuddes. Dit zou niet alleen de geografische spreiding, maar ook het grote aantal van nuraghi kunnen verklaren. 26. De nuraghe cultuur is ook nauw verbonden aan de bronsbewerking getuige deposities van bronzen 'schatten' en sporen van bronsbewerking en maakte deel uit van een interregionaal netwerk van handel in metalen 27.

De functie van de nuraghe

Al sinds de zestiende eeuw spraken de torens in het landschap, vaak verworden tot hopen stenen, tot de verbeelding van diegenen die zich bezighielden met het verleden van Sardinië. Alle soorten hypotheses zijn er op los gelaten: van graftombes, van cultusplaatsen, van militaire bolwerken, van woningen 28. Het zou hier te ver voeren de hele discussie en redeneringen voor of tegen weer te geven, maar tot op heden is elke hypothese nog actueel en onderwerp van discussie. Op dit moment gaan archeologen er over het algemeen van uit dat de simpele nuraghi ontstaan zijn vanuit een behoefte aan een verdedigbare omgeving. Deze verdedigbare omgeving betrof de akkers en de veestapel die beschermd moesten worden. Dit zou ook af te leiden zijn uit de positionering van de nuraghi aan de rand van bijvoorbeeld hoogvlaktes, of aan de rand van vruchtbare laagvlaktes, en niet zozeer op de toppen van heuvels 29. Een hypothese is dat de nuraghi een bepaald gebied demarkeerden waarbinnen een gemeenschap of groep leefde 30. Of de nuraghe ook direct gebruikt werd voor bewoning blijkt niet altijd uit de opgravingen in de nuraghi zelf, zoals Michels en Webster vaststellen 31, maar Lilliu veronderstelt dat vooral de hogere verdiepingen bewoond werden 32.

In de loop van de eeuwen werd de samenleving complexer, met stamhoofden die een steeds belangrijkere rol gingen spelen. Dit uitte zich in concentratie van macht en in het uitbreiden van de belangrijkste nuraghi tot complexe bouwwerken met meerdere torens en externe schietgaten, met verdedigingsmuren met additionele torens 33. Een rol hierin zal zeker de onderlinge competitie in aanzien en macht hebben gespeeld. In dat geval kan men spreken van een militaire en ook politieke functie van de nuraghi. Het aantal complexe nuraghi was geringer dan de simpele torens en het gebied dat vanuit deze centra gecontroleerd werd moet groter zijn geweest 34. Deze complexe nuraghi zijn ook tot in de romeinse tijd in gebruik gebleven 35.

Archeologisch en historisch onderzoek naar de nuraghi

Uit de zestiende eeuw na Christus dateert de eerste (historische) beschrijving van de nuraghi, van de hand van Sigismund Arquer (Sardiniae brevis historia et descriptio, 1558). Tot in de negentiende eeuw hadden de auteurs die schreven over Sardinië alleen oog voor de nuraghi 36. Halverwege de negentiende eeuw groeide de belangstelling voor wat uiteindelijk de archeologische wetenschap zou worden. Het is precies in deze periode, nog voor de eenwording van Italië, dat op Sardinië Giovanni Spano zijn tijdschrift begon, de Bullettino Archeologico Sardo (1855) met de subtitel ossia raccolta dei monumenti antichi di ogni genere di tutta l'isola di Sardegna, in 1884 voortgezet door Ettore Pais. Met enthousiasme deed Giovanni Spano verslag van de archeologische vondsten op Sardinië waarvoor hij gebruik maakte van een netwerk van corrispondenten. Het was ook de periode waarin voor het eerst een archeologisch museum ingericht werd in Cagliari in 1802, waar de belangrijkste vondsten naar toe gingen 37. Echter, van wetenschappelijke benadering was in deze periode nog geen sprake, waardoor van veel artefacten de exacte context, of zelfs de herkomst, niet duidelijk was.

In eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelde de archeologie zich tot een methodische wetenschap, met name door veldwerk technieken en opgravingstechnieken. Classificatie aan de hand van artefacten was een van de belangrijkste onderdelen van onderzoek en datering. In deze periode waren archeologen als Antonio Taramelli en Massimo Pallotino van belang voor de verdieping van de kennis van de nuraghe cultuur 38. Pas vanaf de vijftiger jaren zijn wetenschappelijke technieken hun intrede gaan doen waardoor een verdere verwetenschappelijking van de archeologie plaatsvond. Sleutelfiguur voor de Sardijnse prehistorie en archeologie werd Giovanni Lilliu, wiens belangrijkste werken inmiddels onmisbaar zijn voor de studie van de Sardijnse prehistorie. Inmiddels zijn er al veel studies verricht door archeologen uit Sardinië en uit de hele wereld die meer inzicht hebben gegeven in de nuraghe cultuur en de context van het Middellandse Zeegebied en de Europese bronstijd waarin deze opkwam. Toch zijn er nog vragen onbeantwoord, zoals wie de nuraghe-bouwers nu eigenlijk waren. Of die vragen ooit allemaal een afdoende antwoord zullen krijgen zal moeten blijken.

De toekomst van de nuraghe

Door de gedegen bouwwijze hebben veel nuraghi grotendeels 3800 jaar lang de tand des tijds doorstaan. Van de meeste nuraghi zijn de bovenste platforms en verdiepingen ingestort en verdwenen. Een deel van de nuraghi is ontmanteld om stenen voor funderingen, huizen en wegen te verkrijgen 39. Dorpen en steden zijn over sites van nuraghi gebouwd en hebben bijna elk spoor uitgewist. Slechts een klein deel is nu als monument ingericht en voor bezoekers geschikt gemaakt. Veel, vooral simpele nuraghi, staan op prive terrein, en er zijn er zoveel dat er geen adequaat toezicht mogelijk is. Ongetwijfeld zullen er nog nuraghi in onze tijd voor altijd verdwijnen. Gelukkig is er inmiddels wereldwijde erkenning voor de unieke prehistorische waarde van de nuraghi en de nuraghecultuur. Su Nuraxi bij Barumini staat als vertegenwoordiger van alle 6500 nuraghi op de lijst van wereld erfgoed van de UNESCO, mede dankzij het baanbrekende werk van Giovanni Lilliu. In de laatste jaren is het historisch besef op Sardinië gestimuleerd en opgenomen in het regionale beleid van herwaardering van het culturele erfgoed van Sardinië als onderdeel van een groeiende toeristische sector die werkgelegenheid moet creëren voor de jonge Sardijnen.

Noten

26 Lilliu 2003: p. 562 e.v.
27 Lo Schiavo 1985: beschrijving van een depositie van bronzen bijlen en ronde baren, 'panelle', van brons bij Nuraghe Flumenelongu (Alghero)
28 Melis 2003: p. 22-25
29 Lilliu 2003: p. 566. Melis 2003: p. 24. Webster 1996: p. 97
30 Michels 1987: p. 5-9
31 Michels 1987: p. 106
32 Lilliu 2006: p. 40-41
33 Lilliu 2003: p. 593. Lilliu 2006: p. 46-47. Webster 1996: p. 108
34 Webster 1996: p. 132, met behulp van de polygonen van Thiessen stelt Webster een model op van invloedssferen van de belangrijke nuraghi in het westen en zuidwesten van Sardinië
35 vgl Michels 1987: bij de opgravingen in en rond Nuraghe Toscono is aangetoond dat in de romeinse tijd nog gebruik werd gemaakt van de nuraghe
36 Lilliu 2006: p. 7
37 Ruggeri 1999: inleidingen op de heruitgave van het tijdschrift van Giovanni Spano, Bolletino Archeologico Sardo vanaf 1855. Lilliu 2006: p. 11
38 Pallottino 1950: herdruk uit 2000 met een voorwoord van Giovanni Lilliu
39 Michels 1987: p.5, waarin de auteur gewag maakt van het verdwijnen van nuraghi die er in 1935 volgens de kaarten van Taramelli nog stonden en in 1980 reeds verdwenen waren. Door dit gebied (Marghine rond Borore, vlak bij Macomer) loopt zowel de ss131 Carlo Felice als het traject van de spoorweg.

Bibliografie

1. Biers, W.R. 1996 (seconda edizione): The Archaeology of Greece, New York.
2. Lilliu, G. 1982: La Civiltà Nuragica, Sassari
3. Lilliu, G. e R. Zucca 2001: Su Nuraxi di Barumini, Sassari
4. Lilliu,G. 2003: La civiltà dei sardi, Nuoro
5. Lilliu, G. 2006, Sardegna Nuragica, Nuoro
6. Lo Schiavo, F. 1985, Il ripostiglio del Nuraghe Flumenelongu (Alghero-Sassari), Sassari
7. Manca, G. 2004: Il nuraghe Losa e la civiltà nuragica, Ghilarza
8. Melis, P. 2003, Civiltà Nuragica, Sassari
9. Michels, J.W. and G. Webster 1987: Studies in Nuragic Archaeology: Village excavations at Nuraghe Urpes and Nuraghe Toscono in West-Central Sardinia, Oxford
10. Moravetti, A. 1992, Sui protonuraghi del Marghine e della Planargia in: Sardinia in the Mediterranean: A footprint in the sea, ed. R. H. Tykot and T.K. Andrews, Sheffield, p. 185-197
11. Pallottino, M. 1950, La Sardegna Nuragica, Nuoro (ristampa del 2000 con introduzione a cura di G. Lilliu)
12. Renfrew, C. and P. Bahn 2000: Archaeology: Theories Methods and Practice, London
13. Ruggeri, P. 1999: Africa ipsa parens illa Sardiniae studi di storia antica e di epgrafia, Sassari
14. Webster, G.S. 1996, A Prehistory of Sardinia 2300-500 BC, Sheffield

Laatst gewijzigd 27/06/2014

Reisgids mee?

Download Reisgids
©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact