De natuurlijke omgeving: zuid-west Sardinië

Het zuid-westen van Sardinië wordt gekenmerkt door de bergen van de Iglesiente doorsneden door een laagvlakte die aansluit op de Campidano aan de oostzijde, en de streek van de Sulcis. Twee grotere eilanden, isola di Sant'Antioco en isola San Pietro liggen aan de zuid-west kant van Sardinië. De berggebieden zijn nauwelijks toegankelijk, bewoning concentreert zich in een aantal grotere centra in de vlakte (Iglesias, Carbonia), aan de kust (Sant'Antioco, Carloforte) en een paar kleinere centra in de bergen (Fluminimaggiore ten noorden van Iglesias, Santadi en Teulada in het zuiden). Door de bergen zijn de kustgebieden vaak moeilijker te bereiken of alleen met grote omwegen. Alleen de kust aan de Golf van Cagliari is vanuit de hoofdstad betrekkelijk makkelijk te bereiken en vormt dan ook een van de meer toeristische centra van Sardinië.

De bergen van de Iglesiente ten noorden van Iglesias

Het dunbevolkte berggebied wordt doorsneden door een enkele weg die zich van Guspini naar boven slingert naar het stadje Arbus en verder naar Fluminimaggiore en Iglesias (op de kaart sectie 1). Deze weg was al bekend in de Romeinse tijd en loopt ook langs de Punisch Romeinse tempel van Antas. Het landschap is typisch macchia mediterranea afgewisseld met weides en dichte bossen. De hoogste berg, de Monte Linas, meet 1236 meter (Punta Perda de sa Mesa). Midden in dit gebied liggen een aantal verlaten zink- en loodmijnen zoals die van het mijndorpje Montevecchio en de mijnen van Ingurtosu die te bezichtigen zijn.

De kust aan deze kant van Sardinië is moeilijker te bereiken, hier zijn een aantal mooie stranden en bijzondere natuurgebieden te vinden. Het noordelijkste ligt Torre dei Corsari met het strand van Is Arenas (wat bekend staat als Pistis), naar het zuiden toe liggen de stranden van Funtanazza en Marina di Arbus, tenslotte voorbij de rio Piscinias het uitgestrekte duingebied met het strand van Piscinas. Het duingebied van Piscinas wordt gerekend tot de grootste duingebieden van west-Europa en strekt zich ettelijke kilometers land inwaarts, een ideaal wandel gebied.

Kaart van het zuid-westen van Sardinië: Sulcis en Iglesiente

Sulcis-Iglesiente

1: Iglesiente - Arburese en Fluminese
2: Eilanden van San Pietro, Sant'Antioco en de streek van Sulcis
3: De kust van Pula en Chia tot Capo Spartivento
(bron: Kaartgegevens van Tele Atlas en Google Maps.)

Rond Fluminimaggiore en Buggerru

Vlak bij Fluminimaggiore in een dal van de rivier de Antas ligt de beroemde tempel. Daar zijn ook nog sporen van de romeinse weg en er zijn mooie natuurlijke grotten, de Grotte su Mannau. Het gebied leent zich goed voor lange wandelingen door de bossen en de macchia.
Buggerru en Nebida zijn vooral bekend om de mijnen waar al sinds de oudheid naar verschillende metalen werd gedolven. Sommige mijngangen zoals bij Masua lopen door tot op de kust waar ze direct de ertsen konden overladen op schepen, de bergwanden staan daar bijna loodrecht in zee. Vanaf Nebida en Masua is er een mooi uitzicht op het eilandje met de loodrechte rotswanden voor de kust, de scoglio Pan di Zucchero. Iets ten zuiden van Buggerru vindt je de schilderachtige Cala Domestica, een kleine baai met een mooi strandje.

Sulcis en Sant'Antioco

De zee tussen de twee eilanden Sant'Antioco en San Pietro en het vasteland van Sardinië is rijk aan vis, het is dan ook niet verwonderlijk dat in dit gebied de visvangst één van de voornaamste economische bezigheden was (kaart sectie 2). Dit geldt voor de vangst van de tonijn in de zee voor Sardinië, getuige de vele tonnare die niet meer in gebruik zijn, als ook voor de visserij naar schaal- en schelpdieren in de beschutte wateren tussen de eilanden en het vasteland, waarvan de Pinna Nobilis wel de meest bijzondere is en tegenwoordig onder de beschermde soorten valt. Van de Pinna Nobilis werd de bissus verkregen. In Sant'Antioco bevindt zich dan ook een museum speciaal ingericht over de schelp en de bissus.

Op het vasteland tegenover het eiland van Sant'Antioco ligt de historische regio de Sulcis, van oudsher een land- en mijnbouw gebied en intensief bewoond. Hiervan getuigen de necropolis van Montessu, de vele nuraghi en de historisch meer recente bezienswaardigheden zoals dorpje Tratalias met de middeleeuwse kerk. In Carbonia is het mogelijk een bezoek te brengen aan de kolenmijnen en even voorbij Santadi zijn er schitterende grotten, die van Is Zuddas. Tenslotte heeft ook het uiterste zuid-westen van Sardinië een aantal mooie stranden zoals die op Sant'Antioco en San Pietro en die van Porto Pino.

Pula en Torre di Chia

Pula, Santa Margherita di Pula en Chia zijn favoriete badplaatsen voor veel toeristen, niet alleen vanwege de bereikbaarheid vanaf Cagliari, maar ook vanwege de mooie stranden en schitterende kustlijn tot aan Capo Spartivento en daar voorbij, de Costa del Sud (op de kaart sectie 3). Referentie punten zijn vaak de uitkijktorens die langs de kust staan, al dan niet in vervallen staat, en die ook in de naamgeving terugkeren van de stranden (Torre). Niet alleen wij in onze moderne tijd weten de schoonheid van de natuur te waarderen, al vanaf de oudheid was deze kust bekend bij Feniciërs, Puniërs en Romeinen die zich op het schiereiland van Nora vestigden.

Van Chia tot aan Capo Spartivento wordt de kust gekenmerkt door stagni afgesloten van de zee door zandstranden. In het zilte water voelen de flamingo's zich ook hier thuis en zijn dan ook van redelijk dichtbij te zien. Grotere en kleinere stranden worden afgewisseld door heuvels met rotsen die tot in zee reiken zoals die waar de toren van Chia op staat, terwijl achter de stranden hier en daar zich duinen gevormd hebben van rul zand. Op de hellingen groeit de dichte macchia, habitat voor veel kleine zoogdieren, vogels en natuurlijk zitten ze in de bloeitijd vol met bijen.

Meer foto's van de natuur op Sardinië op deze site
Stranden op Sardinië, een impressie van slechts een paar van de vele stranden die Sardinië rijk is.

Laatst gewijzigd 11/01/2015

Reisgids mee?

Download Reisgids
©2018 Tharros.info Sitemap Privacy Contact