Sardinië in de Late Middeleeuwen

De late Middeleeuwen zijn voor Sardinië een bijzondere periode vooral met het ontstaan van de Judicaten, de vier autonoom bestuurde gebieden waarin Sardinië tegen 1073 was ingedeeld. Op Sardinië zijn er nog veel getuigenissen van deze bewogen tijd; de romaanse kerken, de basilieken en de kloosters, de vervallen kastelen op heuveltoppen, de stadsmuren en de stadspoorten, of het schilderachtige centrum van Cagliari (Casteddu, het kasteel). Veel plaatsnamen zijn ontleend aan de economische inrichting van het platteland, de zogenaamde villa, en een aantal steden ontstond juist in deze periode zoals Sassari en Villa di Chiesa (Iglesias). De vier Judicaten stonden echter van het begin af aan onder grote druk van buitenaf, het is dan ook niet verwonderlijk dat ook deze invloeden nog te zien zijn in de Pisaanse stijl van de kerken, in de van oorsprong Genuese namen als Doria en Malaspina, en natuurlijk het Catalaanse dialect van Alghero dat nu nog altijd wordt gesproken.

De middeleeuwse bronnen

De geschiedenis van de Judicaten is uitgebreid beschreven vooral omdat het sinds de negentiende eeuw, de periode van de romantiek, erg tot de verbeelding sprak. Dit leidde zelfs tot het meest bekende geval van vervalsing van bronnen uit de Sardijnse geschiedenis, de valse Carte d'Arborea. Omdat deze periode erg tot de verbeelding sprak heeft het ook wel geleid tot een overschatting van het belang van de strijd van Sardinië onder leiding van Eleonora d'Arborea tegen de Catalaanse koningen. Er zijn echter veel en ook bijzondere bronnen die gebruikt worden voor een realistische geschiedschrijving van deze periode. De zogenaamde Condaghi, boeken van kloosters en kerken met aantekeningen, zijn belangrijke bronnen voor het dagelijkse leven. Voor de politieke geschiedenis zijn er directe en indirecte (nadien gekopieerde en soms zelfs vervalste) geschriften en documenten waaronder de brieven van de pausen uit Rome, en er zijn de archieven van Pisa, van Genua en zelfs van de Catalaanse koningen waar Sardinië en de Judicaten in genoemd worden 1. Veel informatie wordt ook geput uit sculpturen, wandschilderingen en inscripties, meest wijdingsinscripties, die de kerken en de kloosters sieren, naast archeologisch onderzoek naar de middeleeuwen, tot voor kort een ondergeschoven kindje van de archeologie.

De Judicaten (Giudicati)

Uit bronnen vanaf de elfde eeuw is er veel meer bekend over de vier Judicaten. De vier Judicaten worden geregeerd door de Iudex (Giudice) die familie banden met elkaar blijken te hebben. Twee families worden genoemd, die van de Lacon en die van Gunale. Deze familiebanden waren bekend bij de paus die in een brief de soms incestueuze huwelijken scherp veroordeelde. In een reconstructie van de opvolgingslijnen van de Judicaten blijkt dat in Cagliari Costantino Salustio de Lacon (1081) regeerde, in Arborea Torbeno de Lacon (1102) en in Torres Mariano de Lacon (1073) 2.
Met het wegvallen van de Byzantijnse en de grieks-orthodoxe invloed intensiveerden de pausen in Rome hun bemoeienis met het religieuze leven op Sardinië. Eén van de gevolgen van de hervormingen was het groot aantal schenkingen door de Giudici van kerken en grond aan de religieuze ordes van de Benedictijnen van Marseille en die van Montecassino 3.

Sardinië tussen Pisa en Genua

Sardinië werd ook het belangrijkste toneel van de competitie tussen de twee maritieme republieken Pisa en Genua nadat deze te hulp waren geroepen om de sardijnse kusten tegen de arabische invallen te beschermen. Van het Judicaat van Torres is bekend dat niet alleen donaties werden gedaan aan religieuze Pisaanse ordes maar ook een accoord werd gesloten (1080-1085) waarin de Pisanen belangrijke privileges kregen. Kort daarop volgde ook het Judicaat van Cagliari met een zelfde accoord met privileges voor Pisa en tenslotte het Judicaat van Gallura in 1112. In het Judicaat van Torres deden de religieuze ordes van de Vallombrosini en de Camaldolesi hun intrede 4.
Evenals Pisa wist ook Genua privileges en donaties te verwerven in Sardinië, zowel van het Judicaat van Cagliari als die van Arborea. In het Judicaat van Arborea was Comita Iudex (1131), zijn donaties betroffen ook goederen en middelen die hij niet bezat wat geïnterpreteerd wordt als een eerste indicatie voor de ambities van het Judicaat van Arborea om uiteindelijk geheel Sardinië onder zich te verenigen. De Judicaten probeerden de beide machten Pisa en Genua tegen elkaar uit te spelen met het toekennen van privileges, om zo een machtsevenwicht te behouden 5.

In deze machtsstrijd tussen Pisa en Genua mengden zich ook de pausen die enerzijds Genua beloonden door een kerkelijke provincie te maken van Ligurië met Corsica, maar anderzijds Pisa tevreden moesten houden met een kerkelijke provincie waar Sardinië aan toegevoegd werd. De machtsstrijd tussen de twee steden op Sardinië duurde onverminderd voort en de Judicaten zochten steun bij Pisa of Genua ook in hun onderlinge strijd. Zo zocht Comita van Arborea de steun bij Genua terwijl Gonario van Torres juist steun zocht bij Pisa. Er is ook wel gesuggereerd dat Comita een pion was in het spel van Genua om de invloed van Pisa in het Judicaat van Torres terug te dringen. Na de dood van Comita werd zijn zoon Barisone Iudex van Arborea en het was Barisone die de nieuwe opkomende macht, het Catalaanse Barcellona, nauwer betrok bij het eiland door Agalbursa de Bas te trouwen. Ook keizer Frederik I Barbarossa wilde zijn rechten laten gelden op Sardinië, via de hertog van Beieren die tot markies van Toscane werd verheven. Hij had echter zowel paus Hadrianus IV als de beide steden Genua en Pisa tegen zich. Barisone zocht de confrontatie op met de Judicaten van Torres en Cagliari in een poging de invloed van Arborea te vergroten. Met de hulp van Genua liet Barisone zich zelfs tot Rex Sardiniae kronen door Frederik I, maar niet zonder daarvoor grote sommen geld te betalen die de stad Genua hem voorschoot. Terwijl Genua Barisone vanwege de hoge schulden gegijzeld hield in Ligurië gebruikten ze zijn aanspraken op Sardinië om onder druk bondgenootschappen af te sluiten met Torres en Cagliari en zo de Pisaanse invloed in Sardinië terug te dringen. Intussen kende Frederik I de feodale rechten op Sardinië toe aan Pisa die op hun beurt de keizer daarvoor rijkelijk betaald hadden. Dit machtsspel liep uit op een zeeslag tussen Genua en Pisa die door de laatste gewonnen werd en dat was voldoende om Cagliari onder Pisaanse invloed te houden. Genua stuurde daarop aan op een verzoening tussen de drie Giudici van Torres, Cagliari en Arborea, waarbij de laatste moest afzien van zijn ambities om Sardinië onder zijn regering te verenigen. Met een nieuw accoord tussen Genua en Pisa waarmee ze praktisch hun invloedssfeer op Sardinië verdeelden, kon Barisone van Arborea in 1172 terugkeren naar Oristano. Barisone leek onder complete controle van Genua te staan die veel privileges wist te verwerven in het Judicaat van Arborea, toch zou Barisone jaren later opnieuw het Judicaat van Cagliari onder druk zetten 6.

De soevereiniteit van de Judicaten bedreigd

De Iudex van Cagliari, Costantino, voerde een pro-Pisaanse politiek wat hij bekrachtigde door zijn dochters uit te huwelijken aan respectievelijk Oberto di Massa en Tedice Donoratico della Gherardesca. Een derde dochter liet hij trouwen met Pietro, de Iudex van Torres. Bij zijn dood nam Pietro het Judicaat van Cagliari over, maar het moment dat de strijd tussen Pisa en Genua weer oplaaide greep Oberto di Massa zijn kans om het Judicaat van Cagliari met brute kracht naar zich toe te trekken en zijn zoon Guglielmo di Massa tot Iudex uit te roepen. Intussen bleef de Iudex van Arborea, nu de zoon van Barisone Pietro, gebukt onder de schulden aan Genua, terwijl zijn neef Ugo de Bas zijn aanspraken op het Judicaat aanvocht. Pietro werd uiteindelijk gedwongen zijn regering te delen met zijn neef. Genua probeerde ook Costantino II van Torres aan zich te binden met een accoord getekend in 1191, maar Guglielmo di Massa viel het Judicaat van Torres aan en zette deze zo onder druk dat Costantino II, en na zijn dood zijn broer Comita, tot een pro-Pisaanse politiek gedwongen werden. Guglielmo zorgde er ook voor dat zijn dochter met Ugo de Bas trouwde om zich zo de steun van het Judicaat van Arborea te kunnen verzekeren. Een andere pisaanse familie, opponenten van de familie di Massa, wist zich echter te binden aan het Judicaat van Gallura, want Lamberto Visconti trouwde met Elena van Gallura, wat een fikse tegenslag was voor Guglielmo di Massa 7.

Hoewel paus Innocentius III Sardinië als deel van de kerkelijke provincie van het bisdom van Pisa toekende beschouwden de pausen het eiland als onderdeel van hun eigen wereldlijke macht, samen met Sicilië en Corsica, wat door keizer Frederik II nog eens in 1219 officieel bevestigd werd. De pausen eisten van de Iudex een eed van trouw en konden deze ook afdwingen daar meer dan eens een kerkelijke dispensatie nodig was in die gevallen waarin huwelijken tussen neven en nichten geregeld werd in het belang van de familie en de dynastieke opvolging. Langzamerhand werd in Sardinië het Europees feodalisme ingevoerd. Dat was niet alleen merkbaar in de relaties met de paus, maar ook in de meer ondergeschikte verhoudingen van de Iudex van Arborea en die van Torres ten opzichte van Genua en die van Gallura en Cagliari ten opzichte van Pisa. Dit heeft al op het einde van de twaalfde eeuw een wezenlijke ondermijning van de soevereiniteit van de Iudex tot gevolg 8

Het einde van de Judicaten van Cagliari en Torres

Aan het begin van de dertiende eeuw speelde de familie van de Visconti een cruciale rol in het Judicaat van Cagliari. Ze ontnamen Benedetta di Massa, de eerste vrouw met de titel van Judicessa, steeds meer rechten en bouwden het kasteel van Cagliari (Castrum Kallari) dat nu nog in de volksmond het kasteel heet (Casteddu). Ze probeerden ook controle te krijgen over het Judicaat van Torres. Toen de opvolger in het Judicaat van Torres op brute wijze werd vermoord in de stad Sassari probeerden de Visconti de enige erfgename, Adelasia van Torres, te laten trouwen met een Pisaan. De Genuese familie van de Doria voorkwam dit door dezelfde Adelasia uit te huwelijken aan een zoon van keizer Frederik II, Enzo. Frederik II zag zijn kans schoon om opnieuw de rechten van het keizerrijk te laten gelden door Enzo koning van Sardinië te maken, maar dit bleek een wassen neus. De pausen trokken de feodale rechten naar zich toe en lieten elke Iudex een eed afleggen waarin trouw aan de kerk werd gezworen. Adelasia bleek de laatste Iudex van Torres te zijn tot haar dood in 1259, de machtige Genuese families namen de controle op het Judicaat over.
Na de dood van de Judicessa Benedetta van Cagliari brak een periode van strijd aan waarin de Pisaan Chiano di Massa zelfs de zijde van Genua koos en het nieuwe Castrum Kallari in Genuese handen bracht. Dit bleek van korte duur, Pisa sloeg terug en een alliantie van de Visconti, Guglielmo van Capraia (Giudice van Arborea van pisaanse afkomst) en Gherardo Donoratico della Gherardesco verjoeg Chiano en zijn neef Guglielmo Cepolla uit Cagliari. Korte tijd daarna werd de oude zetel van het Judicaat in Sant'Igia aan de voet van het Castrum Kallari met de grond gelijk gemaakt en daarmee was Guglielmo Cepolla de laatste Iudex van Cagliari 9.
Zo kwam het noorden van Sardinië definitief in de handen van Genuese families, terwijl het zuiden in handen kwam van Pisaanse families.

Noten

1 Ortu 2005, p 305-306 voor een compleet overzicht van beschikbare en gepubliceerde bronnen; Paulis 2000, p 881-914; Cau 2000, p 313-421;Galoppini 2004, p 145
2 Ortu 2005, p 48-51
3 Boscolo 1978, p 133-137,139; Galoppini 2004, p 148-149; Ortu 2005, p 55-62
4 Boscolo 1978, p 143-145; Galoppini 2004, p 148-149; Ortu 2005, p 62-66
5 Ortu 2005, p 67-71; Boscolo 1978, p 143-145,151-155
6 Ortu 2005, p 109-126; Galoppini 2004, p 149
7 Ortu 2005, p 126-133
8 Ortu 2005, p 135-140
9 Ortu 2005, p 165-179

Bibliografie

1. Boscolo, A. 1978: La Sardegna bizantina e alto-giudicale, Sassari
2. Cau, E. 2000, Peculiarità e anomalie della documentazione sarda tra XI e XIII secolo in: Giudicato d'Arborea e Marchesato di Oristano: proiezioni mediterranee e aspetti di storia locale, ed. G. Mele, Oristano, p. 313-421
3. Galoppini, L. 2004, La Sardegna giudicale e catalano-aragonese in: Storia della Sardegna, ed. M. Brigaglia, Cagliari, p. 131-168
4. Ortu, G.G. 2005: La Sardegna dei Giudici, Nuoro
5. Paulis, G. 2000, Il problema dei falsi nella documentazione sarda medioevale e la linguistica in: Giudicato d'Arborea e Marchesato di Oristano: proiezioni mediterranee e aspetti di storia locale, ed. G. Mele, Oristano, p. 881-914

Laatst gewijzigd 08/12/2014

Reisgids mee?

Download Reisgids
©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact