Religies en christendom in Romeins Sardinië

Het religieuze leven in de Romeinse tijd op Sardinië kende een grote diversiteit door veel verschillende invloeden. Er waren oorspronkelijk sardische invloeden waarvan de cultus door de Romeinen in een enkel geval zelfs aangemoedigd werd. Er waren fenisch-punische invloeden, cultussen en godheden die door de Romeinen geassocieerd werden aan Romeinse godheden. En er kwamen nieuwe cultussen en vereringen die in de Romeinse periode in het hele rijk verbreid werden en aanhangers verkregen, waarvan het christendom de meest bekende is en uiteindelijk de staatsreligie zou worden. Nieuwe (oosterse) cultussen werden soms geïmporteerd doordat Sardinië als verbanningsoord fungeerde. De religieuze verscheidenheid op het eiland is terug te zien in de rijkdom aan archeologische vondsten en de historische bronnen uit de periode van de Romeinse overheersing. De diversiteit is ook nu nog terug te zien in tradities en in de religieuze feesten op het eiland, waar de viering van de martelaren van de kerk met oeroude heidense gewoontes verweven zijn om de Sardijnen dichter bij het christelijke geloof te krijgen.

Oorspronkelijk Sardische religieuze tradities

De Sardische religieuze tradities die nog steeds in gebruik waren in de binnenlanden hadden weinig veranderingen ondergaan in de voorgaande punische periode. Karthago had immers haar macht nooit kunnen uitbreiden tot die binnenlanden. Cultusplaatsen op het platteland binnen de invloedssfeer van de Karthagers ondergingen wel degelijk een langzame verandering door de introductie van hellenistische elementen en onder de Romeinen breidde de invloed van de hellenistische en romeinse elementen zich op den duur uit tot heel Sardinië. De nuraghe cultusplaatsen waar genezing centraal stond werden gewijd aan Eshmun-Esculapius en veel cultusplaatsen op het platteland werden gewijd aan Kore-Ceres en Demeter, de godheden van de graanteelt en de landbouw. Een voorbeeld hiervan is Nuraghe Lugherras (Paulilatino) waar grote aantallen offergeschenken aan de hellenistische en romeinse godheden van de graanteelt zijn gevonden 1. Het bekendste voorbeeld van continuïteit is wel de cultusplaats van de god Babai, waar in de punische tijd de tempel van Antas werd gebouwd en die in de Romeinse tijd vervangen werd door een latijnse stijl tempel, gewijd aan Sardus Pater. Maar ook elders is de naam van de godheid van de Sarden teruggevonden bij heiligdommen 2. De waterheiligdommen bleven in gebruik, hiervan getuigen de vondsten die gedateerd kunnen worden op de Romeinse tijd, zoals die in en rond de heilige waterput van Santa Cristina zijn aangetroffen 3. Veel Sardische religieuze riten en gebruiken bleven voortleven onder de bevolking in de vorm van magische praktijken en werden overgedragen van generatie op generatie of verweven in de volksverhalen en legenden 4. Zo is het gebruik om op 31 oktober de doden te herdenken door 's nachts een bord met eten (pasta of brood) voor de doden op de stoep te zetten terug te leiden op een samensmelting van sardische en punische gebruiken om de voorouders te eren en te herdenken. De Puniërs namen ieder jaar een maaltijd mee naar de begraafplaats en lieten deze voor de doden achter.

Fenicisch-Punische goden en de associatie met Romeinse goden

Ook in de fenicisch-punische stadjes werden soms de bestaande tempels gewijd aan Romeinse goden die geassocieerd werden aan de oorspronkelijke Fenicisch-Punische godheid zodat ze beter geassimileerd werden door de bevolking. Zo werden tempels van Eshmun gewijd aan Esculapius zoals in Nora 5. De godin Astarte, de punische godin Tanit, werd geassimileerd aan de godin Venus, en in het bijzonder aan de Astarte van Eryx (Venus Erycina) waarvan een heiligdom bij Capo Sant'Elia heeft gestaan 6.

De Fenicisch-Punische goden bleven nog lang hun naam geven aan de cultusplaatsen en tempels in de steden. In de eerste eeuw na Christus veranderde de mentaliteit definitief en kregen de Punische goden voortaan een volledig Romeinse naam. In deze periode nam het gebruik van de tofet als heiligdom af tot het geheel in onbruik raakte en de openlucht heiligdommen opgeruimd werden om plaats te maken voor andere bouwwerken 7.

De verbreiding van nieuwe cultussen in het Romeinse Rijk

Onder de Romeinse cultussen en godenverering behoorde de tempel gewijd aan Iupiter Optimus Maximus (het capitolium) en de cultus gewijd aan de keizers (augusteum). Verder is bekend dat Dionysios (Bacchus) werd vereerd, de godheid van de wijn en de wijnoogst, maar ook van de dans, het vertier en het theater. Er bestonden op Sardinië heiligdommen gewijd aan Mercurius en Juno 8. In de keizertijd werden nieuwe oosterse cultussen en religies geïntroduceerd op Sardinië, mogelijk mede gestimuleerd door de komst van Egyptische en Joodse bannelingen. De Egyptische godenverering betrof met name Isis maar ook andere goden van het Egyptische pantheon, zoals Bubastis kwam voor, en ook Egyptische goden geassocieerd aan Romeinse goden, zoals Jupiter Ammon. Verder is ook de verering van Mitras bekend op Sardinië, deze godsdienst was lange tijd de grote rivaal van het christendom 9

De opkomst van het christendom, de martelaren en de bisschoppen.

De eerste tekenen van het verbreiden van het christendom naar Sardinië zijn terug te vinden in bronnen van de tweede eeuw na C, de damnati ad metalla, de veroordeelden tot het werken in de mijnen waren christenen. Uit de periode die daarop volgde, waarin de christenen vervolgd werden wat een hoogtepunt kende onder keizer Diocletianus, kwamen de eerste Sardijnse christelijke martelaren: Saturnus van Cagliari, Ephysius van Nora, Luxurius van Forum Traiani en de martelaren Gavinus, Protus en Ianuarius van Turris Libisonis. De heiligenbeschrijvingen (passio) dateren echter uit een veel latere tijd evenals de kerken die aan deze martelaren gewijd zijn 10. Zo staat vlak buiten Fordongianus een kerkje gewijd aan Luxurio en vlak buiten Pula, bij de archeologische site van Nora het kerkje gewijd aan Efisio 11. Deze laatste heilige is het middelpunt van een jaarlijkse processie die van Nora naar Cagliari gaat, waar een tweede aan Efisio gewijde kerk staat. Volgense de hagiografie hoorde de net gekerstende Ephysius van een barbaarse stam op Sardinië die zich niet aan het gezag van de Romeinen wilde onderwerpen en besloot met een leger vanuit Gaeta naar Sardinië te gaan. Vlakbij Tharros landde de heilige met zijn leger en versloeg de barbaarse heidenen. Na zijn overwinning vervoegde Ephysius zich in Cagliari waar hij door het Romeinse gezag vervolgd en gemarteld werd omdat hij de christelijke religie voorstond. Hij genas wonderbaarlijk van zijn martelingen, werd voorgeleid in de tempel van Apollo waar op miraculeuze wijze de afgodsbeelden verpulverden, en de magistraat werd zo dodelijk ziek dat deze besloot het eiland te verlaten. Ondanks deze goddelijke tekenen werd Ephysius door de nieuwe magistraat alsnog gemarteld en ter dood veroordeeld. Het vonnis werd uiteindelijk in Nora voltrokken 12.

Met het edict van Milaan (313) werd het christendom de officiële staatsreligie in het Romeinse Rijk. De Sardijnse kerk had zich inmiddels verder georganiseerd en in 314 prijkte op de lijst van bisschoppen de eerste bisschop de civitate Caralis provincia Sardinia 13. In de vierde eeuw na C speelt de Sardijnse bisschop Lucifer van Cagliari een belangrijke rol in de kerkgeschiedenis. Hij was een tegenstander van het Arianisme wat leidde tot zijn verbanning samen met Dionysus van Milaan en Eusebius van Vercelli. Ook na zijn terugkeer onder een hem goedgezinde paus bleef hij zich een fervent tegenstander van het Arianisme tonen wat uiteindelijk leidde tot het schisma van Lucifer 14.

Romeinse Sarcofagen en christelijke catacomben

Met de Romeinse cultuur in de steden veranderde ook de wijze van begraven. Hoewel punische grafkamers ook door de romeinen wel hergebruikt werden was het gebruik van sarcofagen en grafmonumenten de meest gangbare wijze van begraven. In Tharros zijn er nog sarcofagen te zien van de Romeinse tijd die in de voormalige verdedigingsgracht geplaatst waren 15.

Vroeg-christelijke begraafplaatsen zijn terug te vinden in bijvoorbeeld Sant'Antioco waar de punische grafkamers omgevormd werden tot catacomben. Dit hergebruik begon in de vierde eeuw n C onder de plek waar nu de kerk gewijd aan Sant'Antioco staat 16.

Noten

1 Dyson 2007: p. 140-143; Van Dommelen 1998: p 203
2 Zucca 1989: p. 17-24; Mastino 2005: p. 408-413
3 Mastino 2005: p. 405
4 Mastino 2005: p. 436, zie ook site van Contusu Antigu
5 Mastino 2005: p. 407; Tronchetti 1986: p. 57-61
6 Mastino 2005: p. 406
7 Acquaro 1999: p. 42-43; Acquaro 1996: p. 48-61
8 Mastino 2005: p. 413-419
9 Mastino 2005: p. 419-428
10 Mastino 2005: p. 455-460 11 Zucca 1986: p.11-16 (over Luxurius)
12 Mastino 2005: p. 463 vrije weergave van de legende van Ephysius
13 Mastino 2005: p. 478
14 Mastino 2005: p. 478-480; Dyson 2007: p. 174-175. Wikipedia over Lucifer van Cagliari
15 Acquaro 1999: p. 46
16 Tronchetti 1989: p. 60-65

Bibliografie

1. Acquaro, C. e A. Mezzolani 1996, Tharros, Roma
2. Acquaro, C. e C. Finzi 1999, Tharros, Sassari
3. Dyson, S.L. and R.J. Rowland 2007: Shepherds Sailors and Conquerors, Philadelphia
4. Mastino, A. 2005: Storia della Sardegna Antica, Sassari
5. Tronchetti, C. 1986, Nora, Sassari
6. Zucca, R. 1986: Fordongianus, Sassari
7. Zucca, R. 1989: Il tempio di Antas, Sassari
8. Van Dommelen, P. 1998, On Colonial Grounds, Leiden

Laatst gewijzigd 08/12/2014

Reisgids mee?

Download Reisgids
©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact