De Romeinse provincie Sardinia

De Romeinen namen Sardinië van de Puniërs over in 238 voor Chr. Ze hadden al eerst een oorlog moeten uitvechten met Karthago over Sicilië, de Eerste Punische oorlog (264-241 v Chr). Een jaar na het einde van deze oorlog brak er een opstand uit onder de Karthaagse huurlingen in Noord-Afrika en Sardinië. In Sardinië zorgden de huurlingen ervoor dat de Romeinen op vreedzame wijze het eiland konden bezetten toen de zaken voor de opstandelingen in Noord-Afrika er slecht voor stonden 1. De Romeinen kregen daarmee een eiland in handen dat al een stedelijke cultuur kende, ook al was dit nog maar beperkt tot de kustgebieden, en voorzien van een redelijk ontwikkelde infrastructuur waar ze op voort konden bouwen. Met de komst van de Romeinen begon voor Sardinië de historische periode met geschreven bronnen: werken van antieke schrijvers en inscripties op steen of brons in het latijn maar ook nog in het punisch 2.

De strijd om de hegemonie tussen Karthago en Rome

In 237 v Chr bezette Tiberius Sempronius Gracchus uit naam van Rome Sardinië en vanaf 227 v Chr werd Sardinië, samen met Corsica, een provincie van Rome 3. Met deze inlijving bij het Romeinse Rijk was het eiland echter nog lang niet geromaniseerd. De Punische cultuur was diep geworteld in de stadjes en hun achterland en het zou jaren duren voor de Romeinen Sardinië gepacificeerd hadden, getuige de vele triomfen op de Sarden die door de consuls in Rome gevierd werden. De weerstand van Sardisch-Punische steden en de Sardische stammen, gevoed door diplomaten uit Karthago tot groot ongenoegen van Rome, bereikte één van zijn hoogtepunten in 215 v Chr, tijdens de Tweede Punische oorlog (218-210 v Chr), met de opstand onder leiding van Hampsicora. Livius noemt het de Bellum Sardum 4. Één van de bekendste historische bronnen voor deze periode is Livius' werk over de geschiedenis van Rome, Hannibal voor de poorten 5.

Cornus ligt net ten noorden van het Schiereiland van Sinis. (bron: Kaartgegevens copyright Tele Atlas en Google)
Cornus ligt net ten noorden van het Schiereiland van Sinis.
(bron: Kaartgegevens copyright Tele Atlas en Google)

De aanleiding van de Tweede Punische oorlog was de inname van Saguntum door de Puniërs, een stad ten zuiden van de Ebro in het huidige Spanje. Rome beschouwde Saguntum als beschermeling en verklaarde Karthago de oorlog. Hannibal bracht een leger bijeen en trok op naar Italië: over de Pyreneeën, dwars door Gallisch gebied, over de rivier de Rhône en over een Alpenpas tot in de Po vlakte. Rome kwam onder grote druk te staan door de overwinningen van Hannibal op de Romeinse consulaire legers, maar de Punische veldheer besefte dat voor een belegering van Rome veel meer nodig zou zijn en trok via een omweg naar het zuiden om de bondgenoten van Rome van zijn vijand los te weken en zo de Romeinen te isoleren 6.

Na de grote nederlaag van de Romeinen tegen het leger van Hannibal, bij Cannae, waar de bijeengekomen Romeinse legioenen vernietigend verslagen werden door het Punische leger, leek deze tactiek te werken. De Sarden stuurden een delegatie naar Karthago om steun te krijgen tegen de Romeinse troepen op Sardinië. Deze steun werd hen inderdaad toegezegd. De leiding van de opstand lag bij de Sardisch-Punische Hampsicora en zijn zoon Hostus. Zij kwamen beiden uit het stadje Cornus en hadden al snel de steun verworven van de naburige stammen van de Sarden (Pelliti) 7. Het lijkt er op dat de van oorsprong Fenicisch-Punische stadjes (Nora, Carales, Sulki, Tharros) op de hand bleven van de Romeinen. Hampsicora vond Titus Manlius Torquatus tegenover zich en in de strijd die volgde moesten zijn verzamelde troepen, zelfs met de hulp van de Karthagers die vlak bij Cornus ontscheept waren, het onderspit delven. Zijn zoon Hostus werd gedood en hijzelf pleegde zelfmoord om niet in handen van de Romeinen te komen 8.

Sardische opstanden tijdens de Romeinse Republiek

In 177 v Chr kwamen de Sardische stammen van de Ilienses en Balares in opstand. Ditmaal was het Tiberius Sempronius Gracchus (van dezelfde familie als de Tiberius uit 237 voor Chr) die de opstand neersloeg. Duizenden Sarden vonden de dood of werden afgevoerd om in Rome op de slavenmarkten verkocht te worden. Het grote aanbod had tot gevolg dat de prijzen van slaven sterk daalden en sindsdien noemden de Romeinen dit fenomeen sardi venales 9. Vanaf 115 voor Chr kregen de Romeinen het wéér aan de stok met de Sarden. Onder het commando van Marcus Caecilius Metellus werden opstandige Sardische stammen door de Romeinen opnieuw verslagen, hun landen geconfisceerd en herverdeeld. Getuigenis hiervan is de Tafel van Esterzili waarin de landen van de Gallilenses toebedeeld werden aan de Patulcenses van Campaanse afkomst 10. Gedurende één van deze opstanden, die van 177 of die van 115 voor Christus, werd het heiligdom van Santa Vittoria di Serri overvallen en platgebrand door de Romeinen 11

Cicero en de fides punica

De fides punica (betrouwbaarheid van de Puniërs) was spreekwoordelijk voor de Romeinen. Het gegeven woord van een Puniër was niet te vertrouwen, Livius gebruikt dit regelmatig in zijn boeken over de geschiedenis van Rome tijdens de Punische oorlogen en ook Cicero maakte er gebruik van in zijn bekende redevoering, pro Scauro, om de Sarden te karakteriseren. Marcus Emilius Scaurus, propraetor in de provincie Sardinia, werd door de Sarden aangeklaagd wegens corruptie en wanbeleid. Voor Scaurus en zijn voorgangers was het uitbuiten van hun mandaat in de provincie in het geheel niet ongewoon. Al vóór hem was Titus Albucius door de Sarden aangeklaagd en met succes veroordeeld dankzij hun advocaat Julius Caesar Strabo (de oom van de bekende Julius Caesar). Scaurus werd aangeklaagd door vooraanstaande Sarden voor crimen frumentarium, illegale belasting inning (de decimus tribus), de moord op Bostar, een ingezetene van Nora die tijdens een diner met Scaurus vergiftigd zou zijn, en omdat Scaurus de oorzaak was van de zelfmoord van de vrouw van Arinus, die zich liever het leven benam dan onteerd te worden door Scaurus. Cicero stelde Sardinië bij die gelegenheid op gelijke voet van Noord-Afrika, Africa ipsa parens illa Sardiniae, en vergeleek de betrouwbaarheid van hun getuigenissen met die van de Puniërs. Uiteindelijk won Cicero de zaak voor Scaurus dankzij zijn briljante redenaarskunst. Nog lang daarna zouden de Sarden zich beklagen over de reputatie die Cicero hen bezorgd had 12.

Noten

1 Mastino 2005: p. 64-65
2 De twee belangrijkste werken over Sardinië in de Romeinse tijd zijn die van Attilio Mastino: Storia della Sardegna Antica (2005) en Piero Meloni: La Sardegna Romana (1990)
3 Mastino 2005: p. 66
4 Mastino 2005: p. 68
5 Livius: Hannibal voor de poorten, De geschiedenis van Rome boek XXI-XXX vertaald door H.W.A. van Rooijen-Dijkman.
6 In boek XXI en XXII beschrijft Livius de aanleiding van de oorlog en het eerste jaar waarin Hannibal Italië binnentrekt en de consulaire legers verslaat.
7 In de vertaling van Livius noemt van Rooijen-Dijkman deze Sarden Geitenvel-Sardiniërs. Ze werden zo genoemd omdat ze zich kleedden met een geitenvacht of schapenvacht. Men meent dat de vachten die door de Mamuthones tijdens het carneval gedragen worden hier hun oorsprong in hebben.
8 Mastino 2005: p. 70-71; Mastino 2004: p. 82; Ruggeri 1999: p. 115; Livius: p. 203, 206 en 212-214
9 Mastino 2005: p.95; Mastino 2004: p. 83
10 Mastino 2005: p. 99
11 Zucca 1988: p. 18; Lilliu 2003: p. 533, de melding komt van Strabo.
12 Mastino 2005: p. 101-114, 172; Mastino 2004: p. 84

Bibliografie

1. Livius, Hannibal voor de poorten. De geschiedenis van Rome XXI-XXX, vertaald en toegelicht door Hedwig W.A. van Rooijen-Dijkman 1998 (derde druk), Amsterdam
2. Mastino, A. 2004, La Sardegna romana in: Storia della Sardegna, ed. M. Brigaglia, Cagliari, p. 75-130
3. Mastino, A. 2005: Storia della Sardegna Antica, Sassari
4. Ruggeri, P. 1999, Africa ipsa parens illa Sardiniae studi di storia antica e di epigrafia, Sassari
5. Zucca, R. 1988: Il santuario nuragico di S. Vittoria di Serri, Sassari

Laatst gewijzigd 11/01/2015

Reisgids mee?

Download Reisgids
©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact