De Nuraghe-cultuur: architectuur, kunst en religie

Wat archeologen weten over de nuraghe-cultuur van de bronstijd op Sardinië leiden ze vooral af van de overgebleven bouwwerken of de fundamenten daarvan, de nuraghi, de nuraghe-dorpen, de heiligdommen, de graven, en van de bij opgravingen gevonden objecten (artefacten) zoals aardewerk en bronzen en stenen gebruiks- en kunstvoorwerpen die door de eeuwen heen goed bewaard zijn gebleven. Veel van wat de mensen in het verleden gebruikt hebben is verloren gegaan: organisch materiaal zoals hout en stro, ijzeren werktuigen en wapens (door roest), stof en leer van kleding. De belangrijkste vondsten van kleine omvang worden tentoongesteld in de musea op Sardinië en daarbuiten. De nuraghi, de graven en de heiligdommen trekken de meeste aandacht omdat deze nog overal in het landschap te zien zijn. Ze zijn ook zeker de moeite waard om te bezichtigen om meer te weten te komen over deze periode uit het verleden van Sardinië. In de volgende paragrafen volgt een overzicht van de verschillende bouwwerken, gevolgd door een paragraaf over het aardewerk en de bronzen beeldjes.

De architectuur

a. de Nuraghe

Op de vorige pagina is de ontstaansgeschiedenis van de nuraghe al aan bod gekomen. Meer uitgebreide informatie over de nuraghe is te vinden in het artikel over de architectuur, de geografische spreiding en de functie van de nuraghe. Voor een overzicht van de nog bestaande nuraghi verwijs ik naar de Lijst van Nuraghi en de overzichtskaart van Nuraghi. Hier volgt een kort overzicht van de belangrijkste aspecten van de nuraghe.

De klassieke nuraghe, ontwikkeld vanuit de simpelere proto-nuraghe, is een conische toren met een afgeplatte bovenzijde waar een overhangend platform op rust (nu verdwenen). De bouwwijze is die van gestapelde natuurstenen zonder gebruik van cement, aan de onderzijde groter en ruwer en naar de top toe steeds kleiner en meer rechthoekig. Er is meestal een enkele ingang naar een centrale kamer met een koepelgewelf (tholos genoemd). In deze centrale kamer zijn in de muur niches uitgespaard. Afhankelijk van de hoogte van de toren kon er een tweede verdieping of zelfs een derde verdieping bovenop gebouwd zijn, steeds met een enkele ronde kamer. Deze verdiepingen en uiteindelijk het platform kon men bereiken via een trap die in de dikke muren uitgespaard is. Ondanks dat de torens in vorm op elkaar lijken zijn ze elk uniek in interne indeling en gebruikte materialen, dat laatste afhankelijk van de steensoorten in de directe omgeving (basalt, mergelsteen en in mindere mate graniet of zandsteen). Wetenschappers zijn het er nog niet helemaal over eens of deze torens ook als woonsteden fungeerden, maar dit kan in de beginperiode zeker het geval zijn geweest 1.

In de latere nuraghe-tijd zijn de complexe nuraghi ontstaan (de enkelvoudige torens worden monotorri genoemd), rond een centrale toren werden meerdere torens aangebouwd en versterkt met bastions en dikke muren die doen denken aan de middeleeuwse kastelen. Deze complexe nuraghi konden ware doolhoven zijn van gangen en trappen en golden als onneembare vestingen. Om de complexe nuraghi heen stonden extra muren en kleinere torens, vaak ook met schietgaten aan de buitenzijde. Hieruit blijkt wel dat de complexe nuraghi vooral een politiek-militaire functie hadden. Afhankelijk van het aantal toegevoegde torens worden deze nuraghi polilobato (meerledig, meervoudig) genoemd, waarbij het aantal toegevoegde torens weer onderverdeeld kan worden in: bilobato (tweeledig), trilobato (drieledig) quadrilobato (vierledig) enzovoorts 2.

Een paar van de belangrijkste nuraghi van west-Sardinië zijn Nuraghe Losa (trilobato), Su Nuraxi bij Barumini (quadrilobato) en Nuraghe Genna Maria bij Villanovaforru (trilobato). Dit zijn voorbeelden van complexe nuraghi met elk hun eigen specifieke geschiedenis die tot in de romeinse tijd doorliep, of die zelfs nog gebruikt werden in de middeleeuwen 3.

b. De nuraghe-dorpen

Nabij nuraghi en heiligdommen zijn de fundamenten in steen van nuraghe-dorpen terug gevonden. De hutten waren rond van vorm, met een ronde muur van steen waar palen op werden geplaatst in een punt en die met takken werden afgedekt. De binnenzijde streek men af met klei om deze wind en waterdicht te maken en ook is het gebruik van kurk bekend als isolatie materiaal. De aanblik komt overeen met Afrikaanse kraalhutten. Dit type hut kan ook nog teruggevonden worden in het Sardinisch landschap waar ze door herders nog altijd gebouwd worden als tijdelijk onderkomen (le pinnettas) 4. In de meeste dorpen is een grote hut teruggevonden met een stenen bank die rondom aan de binnenzijde van de muur liep.

Reconstructie tekening van een typische nuraghe hut
Reconstructie tekening van
een typische nuraghe hut

Deze hut is door archeologen de hut van de bijeenkomsten of vergadering gedoopt omdat men er van uitgaat dat deze hut een sociale functie had. In het midden van de hut bevond zich een ritueel object in de vorm van een schaal of zelfs een miniatuur nuraghe in steen dat ook bij opgravingen vaak is teruggevonden 5. Uit latere tijd stammen de complexere woonsteden waar meerdere ruimtes rond een binnenplaats het huis van een hele familie vormden, inclusief een plaats om brood te bakken, graan te vermalen en soms zelfs om brons te smelten en te bewerken. Voorbeelden hier van zijn terug te zien bij Su Nuraxi te Barumini en bij Nuraghe Genna Maria. In de dorpen is geen gemeenschappelijk open plein te vinden zoals gebruikelijk bij bijvoorbeeld de Grieken (de agora) of de Romeinen (het forum) en de doorgangen tussen de hutten zijn vaak zo smal dat men veronderstelt dat er ook geen grote dieren (runderen, schapen) gehouden konden worden binnen de muren 6.

c. De graf structuren: De Tombe di Giganti

De bij de nuraghe-cultuur horende grafmonumenten zijn de Tombe di Giganti, megalitische grafstructuren waarvan er nog zo'n 321 van bekend zijn. De naam is in de volksmond ontstaan en betekent graven van de reuzen en is door de archeologen overgenomen. Deze graven kunnen tot 30 meter lang zijn en zijn een voortvloeisel van het verlengen van de grafstructuren uit de pre-nuraghe tijd, de Dolmen. Ze zijn gebouwd met monolieten of net als de nuraghi met gestapelde basaltblokken en konden voor meer dan een rustplaats bedoeld zijn, als een soort gemeenschappelijk graf. Aan de voorzijde stond een grote hoge platte steen (stele centinata) geflankeerd door rijen in grootte aflopende stenen die een halfronde open plaats markeerden waar mogelijk de begrafenis rituelen plaats vonden. De architectuur was afgeleid van een type langwerpige hut waarvan overblijfselen gevonden zijn op enkele plaatsen op Sardinië en die analogieën vertoont met grafstructuren uit de megalitische periode in de rest van Europa 7.

d. De heiligdommen, het water als centrum van devotie

Een bijzonder soort heiligdom dat met de nuraghe cultuur in verband wordt gebracht, maar mogelijk ook al eerder bestond, is de heilige waterput (pozzo sacro), gewijd aan de godin moeder van de aarde, de levensbrenger. Er zijn er op Sardinië nog ongeveer veertig. In bijna alle gevallen is de bovengrondse tempelstructuur geheel verdwenen en is alleen het ondergrondse deel overgebleven. Ze zijn gebouwd in typisch nuraghe stijl met gestapelde blokken, zoals de waterput van Sant'Anastasia in Sardara, of verfraaid door met mathematische precisie opgebouwde muren en trappen zoals te zien in de waterput van Santa Cristina bij Paulilatino of de waterput van Santa Vittoria nabij Serri 8. In de meeste gevallen kan je afdalen tot de bodem van de put door middel van een stenen trap en de ruimte onderin is in sommige gevallen net als de nuraghe met een tholos (koepelvormige overkapping) afgedekt, met een gat in de punt van het plafond dat ter hoogte van het omliggende terrein zit. In de putten zijn veel votief geschenken teruggevonden; aardewerk maar ook bronzen beeldjes 9.

Rond een heilige waterput was vaak een uitgebreid heiligdom ontstaan wat uit meerdere hutten en ruimtes bestond. Bij het heiligdom was een grote open ruimte die begrensd werd door structuren als hutten of portieken. Deze structuren waren in gebruik bij de religieuze feesten die soms dagen konden duren en waar gezamenlijk eten bereid werd en religieuze of andere objecten verkocht werden. Het heiligdom van Santa Vittoria di Serri is een goed voorbeeld hiervan en zou zelfs een soort pan-Sardisch heiligdom kunnen zijn geweest 10.

Met het opkomende christendom zijn er bij veel heidense heiligdommen kerkjes gebouwd, een manier om de aanbidding om te buigen naar de christelijke kerk. Vandaar dat deze sites nu bijna allemaal de naam van een christelijke heilige dragen. Curieus is dat ook de feesten die gehouden werden voor deze christelijke heiligen dagen konden duren en dat rond deze kerkjes huisjes werden gebouwd voor de gelegenheid, de cumbessias 11

De materiële cultuur: het aardewerk en de bronzen beeldjes

Voor archeologen zijn de resten van aardewerk van groot belang om een chronologie aan te kunnen brengen en voor het vaststellen van cultureel homogene gebieden. Aardewerk vergaat niet en wordt vaak gebroken achtergelaten in afvalkuilen of in de aangestampte aarden vloeren van hutten en nuraghi. Het inheemse Sardische aardewerk was niet gedecoreerd in de beginperiode. Later kwam dit weer meer in zwang en brachten de pottenbakkers verticale groeven aan in de klei voordat deze gebakken werd. De vorm en smaak was vrij homogeen voor de nuraghe periode in heel Sardinië 12

Interessant is de toenemende mate waarin geïmporteerd aardewerk is gevonden in de context van bronstijd nederzettingen en nuraghi op Sardinië. Veelal betreft dit Myceens aardewerk. Een van de bekendste nuraghi waar uitgebreid onderzoek is gedaan is de nuraghe Antigori bij Sarroch 13.

Niet alleen het Myceense aardewerk, maar ook de vondst van koperbaren, de oxhide ingots, toont aan dat er contacten waren met het oostelijke Middellandse Zeegebied. Koper als grondstof voor brons was een van de belangrijkste metalen die verhandeld werd 14. Bronzen voorwerpen zoals bijlen waren een vorm van pre-monetale betalingsmiddelen. Vaak zijn bronzen voorwerpen, bijlen en zwaarden, bij elkaar gevonden in kuilen, de brons schatten 15.

Met de bronsbewerking kwam ook een figuratieve kunstvorm in zwang, vooral vanaf ongeveer 900 voor Christus en mogelijk onder invloed van de contacten met het oosten. De bronzen beeldjes zijn de meest opvallende uiting van de nuraghe cultuur.

Deze beeldjes zijn niet alleen op Sardinië teruggevonden maar ook in bijvoorbeeld Etruskische graven. Het onderwerp kon variëren van menselijke figuren (krijgers, priesters) of dieren (runderen,moeflons) tot scheepsmodellen versierd met vogels. Ze hadden vaak een religieuze betekenis en waren als votief geschenk voor de goden bedoeld. De meeste vondsten zijn rond heiligdommen gedaan, vaak in de putschachten zelf 16.
Grote beelden zijn nauwelijks gevonden op Sardinië, geeneen in brons en maar weinig in steen. Uitzondering daarop zijn de grote beelden van Monti Prama, gevonden op het schiereiland Sinis. Deze manshoge beelden in zandsteen beelden net als de bronzen beeldjes krijgers uit met verschillende soorten wapenrusting 17.
De meeste bijzondere vondsten worden tentoongesteld in het Museo Archeologico van Cagliari. Er is daar met name een grote collectie bronzen beeldjes te zien. Ook andere musea op Sardinië hebben inmiddels een collectie van de nuraghe-periode opgebouwd die zeker de moeite waard zijn om te bezoeken.

Voetnoten:

1 Lilliu 2003: p. 571-590. Melis 2003: p. 12-17 zie ook het artikel De Nuraghe
2 Lilliu 2003: p. 582 e.v.. Lilliu 1982: p. 62-85. Melis 2003 p. 17-22
3 Manca 2004: p. 71, vgl Michels 1987: bij de opgravingen in en rond Nuraghe Toscono is aangetoond dat in de romeinse tijd nog gebruik werd gemaakt van de nuraghe
4 Lilliu 2006, p. 29; Melis 2003, p. 27
5 Webster 1996, p. 121
6 Melis 2003, p.28
7 Lilliu 2006, p. 51-61; Webster 1996, p.78-80; Melis 2003, p. 30-36; Lilliu 2003: p. 597-602
8 Lilliu 2006, p. 63 e.v.; Santillo Frizell 1992, p. 262 e.v.; Lilliu 2003: p. 602-617
9 Melis 2003, p.39 e.v. en Webster 1996, p.147, Lilliu 1982, p.160 e.v.
10 Lilliu 2003: p. 523-533
11 Lilliu 2003: p. 533
12 Lilliu 2003: p. 345,357,358,396,397
13 Lilliu 2003: p. 400,464-465
14 Webster 1996, p.198-206; Melis 2003, p. 55-62; Lilliu 1982, p.114; Stos-Gale and Gale 1992, p. 317 e.v.: Lilliu 2003: p. 461
15 Lilliu 2003: p. 344,473-475
16 Lilliu 2006, p. 83-95; Lilliu 1982, p. 207
17 Lilliu 2003: p. 632

Bibliografie

1. Lilliu, G. 1982: La Civiltà Nuragica, Sassari
2. Lilliu,G. 2003: La civiltà dei Sardi dal paleolitico all'età dei nuraghi, Nuoro
3. Lilliu, G. 2006, Sardegna Nuragica, Nuoro
4. Manca, G. 2004: Il nuraghe Losa e la civiltà nuragica, Ghilarza
5. Melis, P. 2003, Civiltà Nuragica, Sassari
6. Michels, J.W. and G. Webster 1987: Studies in Nuragic Archaeology: Village excavations at Nuraghe Urpes and Nuraghe Toscono in West-Central Sardinia, Oxford
7. Santillo Frizell, B. 1992, Phoenician Echoes in a Nuragic Building in: Sardinia in the Mediterranean: A footprint in the sea, ed. R. H. Tykot and T.K. Andrews, Sheffield, p. 262-270
8. Stos-Gale, Z.A. and N.H. Gale 1992, New Light on the Provenience of the Copper Oxhide Ingots Found on Sardinia in: Sardinia in the Mediterranean: A footprint in the sea, ed. R. H. Tykot and T.K. Andrews, Sheffield, p. 317-346
9. Webster, G.S. 1996, A Prehistory of Sardinia 2300-500BC, Sheffield

 

Laatst gewijzigd 11/12/2013

Reisgids mee?

Download Reisgids
©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact