De Nuraghe-cultuur: de Sardijnse bronstijd

De bronstijd op Sardinië kenmerkt zich door het grote aantal stenen torens die nu nog overal terug te zien zijn in het landschap. Deze torens worden nuraghi (enkelvoud nuraghe) genoemd, een woord dat afgeleid is van de Indo-Europese term nur wat holle steenhoop betekent. Men heeft wel eens geschat dat er nog zo'n 6500 van deze torens staan. Veel van deze torens zijn in de loop van de eeuwen vervallen en de stenen zijn vaak hergebruikt voor grote infrastructurele werken zoals de spoorlijn Cagliari-Sassari en de belangrijkste verkeersader, de strada statale 131 “Carlo Felice” 1. De bronstijd voor Sardinië wordt dan ook de Nuraghe tijd genoemd. Wat was er zo bijzonder aan deze periode dat er zoveel torens gebouwd werden? Wat we van deze nuraghe tijd weten komt grotendeels uit archeologisch onderzoek en voor een deel uit de romeinse en Griekse bronnen die echter uit een veel latere periode komen. Het eerste deel van dit artikel beschrijft de nuraghe tijd chronologisch en het tweede deel gaat meer in op de materiële overblijfselen wat nu nog terug te vinden is van de nuraghe cultuur. Over de Nuraghe zelf, de bouw, de functie en de geografische spreiding, is een aparte monografie gewijd.

Het ontstaan van de nuraghi en de nuraghe-cultuur

De Nuraghe tijd is onderverdeeld in vijf periodes tussen 1800 en 238 voor Christus (zie: de Periodisering op de vorige pagina), het moment waarop de Romeinen het bestuur van het eiland overnemen van de Puniërs. Landbouw, handel en scheepvaart werden al sinds de neolithische tijd bedreven, maar met de introductie van brons en de bronsbewerking rond 1800 voor Christus, die van ijzer rond 900 voor Christus en de verspreiding van de druif en de olijf in de Mediterrane gebieden intensiveerden de externe contacten. Door deze nieuwe impulsen veranderden de economische en sociale structuren, een proces dat 15 eeuwen in beslag nam met lange periodes van geleidelijke verandering maar ook met momenten van crisis.

a. De cultuur van Bonnanaro (Nuraghe periode I 1800- ca. 1500 v C)

Rond 1800 ontwikkelt zich op heel Sardinië een homogene cultuur die naar de vindplaats de cultuur van Bonnanaro genoemd wordt 2. In deze vroegste fase van de nuraghe cultuur ontstonden de eerste bouwwerken met een simpele structuur als platformen met een doorgaande gang. Deze bouwwerken worden protonuraghi genoemd, of nuraghi a corridoio passante (gang of doorgang). Een belangrijk voorbeeld hiervan is de protonuraghe van Brunku Madugui die te vinden is op de hoogvlakte van de Giara di Gesturi 3. Cultureel maakten de gemeenschappen op Sardinië deel uit van een breder geografisch gebied dat Sicilië, Corsica, het Italische schiereiland en Zuid-Frankrijk (de Midi) omvatte. Het gebruik en de bewerking van koper, zilver en brons was bij hen bekend 4. De bestaansmiddelen van de gemeenschappen waren voornamelijk de veeteelt en in mindere mate de landbouw. Vooral het houden van kuddes was verbonden met de centrale plaats van waterbronnen zoals die van Sardara in het religieuze leven van de mensen. Deze gemeenschappen worden omschreven als pastori-guerrieri (herder-krijgers) die gebruik maakten van versterkte plaatsen om het territorium dat ze nodig hadden voor hun kuddes onder controle te houden 5.

b. Nuraghe periode II (ca 1500-1200 v C)

Wanneer de overgang plaatsvond naar de eerste klassieke nuraghi, de ronde torens met een centrale kamer met valse koepelgewelf (tholos), is nog altijd onderwerp van discussie voor archeologen (zie: De Nuraghe). In het Middellandse Zeegebied traden veranderingen op die terug te zien zijn in veranderingen van cultuur uitingen zoals in Spanje, in Frankrijk en op het Italische schiereiland, terwijl op de eilanden Corsica, de Balearen en Sardinië de bouw van megalitische torens een vlucht nam. Op Maiorca en Minorca is het de periode van de talaiots, op Corsica die van de cultuur van torreana I en op Sardinië de periode van de klassieke nuraghe 6. Het is ook de tijd waarin in het oosten de Myceense cultuur op haar hoogtepunt komt en er contacten zijn tussen Sardinië en de Myceniërs. Ongetwijfeld hebben de Myceniërs invloed gehad op de bouwstijl van de nuraghi, maar de architectuur is niet van hen overgenomen zoals aanvankelijk gedacht werd 7.

De periode kenmerkt zich door het grote aantal simpele nuraghi (monotorre), in bepaalde gebieden zijn ze zelfs in een hoge dichtheid gebouwd tot wel negen nuraghi op tien vierkante kilometer. De afwezigheid van een hiërarchie doet veronderstellen dat de nuraghi bewoond werden door een gemiddelde familie van zes personen met een familiehoofd (clanhoofd) en dat deze op gelijke voet stonden met elkaar. Leiderschap binnen een groter geografisch gebied (stam) zou dan tijdelijk zijn 8.

c. Nuraghe periode III (1200-900 v C)

Deze relatief egalitaire samenleving zou vooral vanaf ongeveer 1200 veranderen. In het Middellandse Zeegebied is het in deze eeuwen onrustig, de Doriërs vallen Griekenland binnen waarna de Myceense cultuur verdwijnt en de Zeevolken vallen het Egypte van Ramses II aan 9. Het is in deze periode dat de complexe nuraghi ontstaan zoals Nuraghe Losa, Su Nuraxi, Genna Maria, Palmavera, Santu Antine, en dat er een meer hiërarchische gestructureerde samenleving met chiefs (stamhoofden) ontstond die hun onderkomen hadden in deze bolwerken 10. Het is een teken dat de samenleving complexer werd en de politieke en economische macht meer geconcentreerd werd in handen van het stamhoofd.

De contacten met het oostelijke Middellandse Zeegebied bleven bestaan, vooral vanuit Cyprus onderhouden. Naast landbouw en veeteelt nam de handel en de bewerking van brons (een legering van koper en tin) een belangrijke plaats in in het economische leven. Dit blijkt niet alleen uit de deposities van bronzen artefacten, maar ook uit de vondsten van oxhide-ingots (koperbaren) van Cypriotische oorsprong 11.

d. Nuraghe periode IV (900–538 v C) en V (538-238 v C)

Met de komst van de fenicische en sirisch-palestijnse kooplieden veranderde de samenleving verder. Er werden geen nieuwe nuraghi gebouwd, ook al bleven veel nuraghi in het binnenland in gebruik als vesting of verdedigbare plaats of zelfs in een enkel geval als cultus plaats 12. De hiërarchisering van de samenlevingen versterkte door de toenemende concentratie van economische middelen bij de lokale stamhoofden. Aan de kusten ontstonden de eerste nederzettingen onder invloed van de contacten met de kooplieden en langzamerhand kwam er een proces van urbanisatie op gang waardoor steeds meer Sarden naar de kuststeden trokken. In het binnenland nam ook het belang van het nuraghe dorp als typische nederzetting toe, al dan niet in de buurt van een nuraghe en beschermd door een muur 13. Van urbanisatie is echter nog geen sprake in de context van de nuraghe-cultuur, de samenleving blijft voornamelijk een van herders-landbouwers waar ook bronsbewerking plaatsvond of zoals in de berggebieden de winning van ertsen om lood te verkrijgen en in mindere mate koper en ijzer 14.

Van een aantal heiligdommen is de uitbreiding of verbetering terug te voeren op deze periode, zoals in het heiligdom van Santa Vittoria di Serri of de waterput van Santa Cristina 15. Door de Carthaagse overheersing van grote delen van Sardinië vanaf ca 538 v C werden de Sardische stammen die vasthielden aan hun eigen cultuur naar de binnenlanden gedrongen. Vanaf 238 v C viel Sardinië onder Romeins bestuur die hun invloed over het hele eiland wisten uit te breiden. Deze laatste periode gedurende de Punische overheersing noemt Lilliu de tijd van de overleving van de nuraghe-cultuur 16.

Op de volgende pagina meer over de architectuur kunst en religie in de Nuraghe tijd van Sardinië.

Noten

1 Lilliu 2006, p. 36; Melis 2003, p. 10; Lilliu 2003, p. 562
2 Lilliu 2003, p. 319
3 Lilliu 2006, p. 48-49; Melis 2003, p. 8,9; Webster 1996, p. 70; Lilliu 1982, p. 14; Manca Demurtas e Demurtas 1992, p. 176 ; Tanda 2004, p. 56. Over dateringen van nuraghi is men het niet altijd eens. De methode van datering met C14 heeft altijd een marge van 100-200 jaar waardoor dateringen nog wel eens kunnen verschillen.
4 Lilliu 2003, p343-344 ; Tanda 2004, p. 53
5 Lilliu 2003, p.361
6 Lilliu 2003, p. 365; Webster 1996, p.92
7 Tanda 2004, p.57
8 Webster 1996, p. 97-99
9 Lilliu 2003, p. 411-412
10 Lilliu 2006, p. 26; Webster 1996, p. 108 e.v.
11 Webster 1996, p.198-206; Melis 2003, p. 55-62; Lilliu 1982, p.114; Stos-Gale and Gale 1992, p. 317 e.v.
12 Tanda 2004, p. 66; Lilliu 2003, p. 481-485
13 Tanda 2004, p.67
14 Tanda 2004, p. 69
15 Lilliu 2003, p. 523-528, 605, 612; Lilliu 2006, p. 63 e.v.; Santillo Frizell 1992, p. 262 e.v.
16 Lilliu 2003, p. 485

Bibliografie

1. Lilliu, G. 1982: La Civiltà Nuragica, Sassari
2. Lilliu,G. 2003: La civiltà dei Sardi dal paleolitico all'età dei nuraghi, Nuoro
3. Lilliu, G. 2006, Sardegna Nuragica, Nuoro
4. Manca Demurtas, L. e S. Demurtas 1992: Tipologie Nuragiche: I Protonuraghi con Corridoio Passante, in: Sardinia in the Mediterranean: A footprint in the sea, ed. R. H. Tykot and T.K. Andrews, Sheffield, p. 176-184
5. Melis, P. 2003, Civiltà Nuragica, Sassari
6. Santillo Frizell, B. 1992, Phoenician Echoes in a Nuragic Building in: Sardinia in the Mediterranean: A footprint in the sea, ed. R. H. Tykot and T.K. Andrews, Sheffield, p. 262-270
7. Stos-Gale, Z.A. and N.H. Gale 1992, New Light on the Provenience of the Copper Oxhide Ingots Found on Sardinia in: Sardinia in the Mediterranean: A footprint in the sea, ed. R. H. Tykot and T.K. Andrews, Sheffield, p. 317-346
8. Tanda, G. 2004: Dalla preistoria alla storia, in: Storia della Sardegna, ed. M. Brigaglia, Cagliari, p. 25-74
9. Webster, G.S. 1996, A Prehistory of Sardinia 2300-500BC, Sheffield

Laatst gewijzigd 29/11/2013

Reisgids mee?

Download Reisgids
©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact