Reis naar Sardinië 2011. Deel 3 het westen

08/07/2011 09:07:13

Reis naar Sardinië 2011. Deel 3 het westen

Dit is het derde deel van de reis naar Sardinië in 2011. In het eerste deel beschreven we hoe we naar het zuiden reisden, in het tweede deel wat we in het zuidwesten van Sardinië bezocht hebben. In dit derde deel gaat de reis van het zuidwesten naar het westen, de provincie van Oristano.

Het kasteel van Acquafredda te Siliqua
Het kasteel van Acquafredda te Siliqua
Om van het zuidwesten van Sardinië naar het westen te gaan namen we de weg over de bergen die van San Giovanni Suergiu via Giba en Nuxis naar Siliqua loopt. Deze weg daalt na het hoogste punt af naar de vallei van de Cixerri met een schitterend uitzicht op het kasteel van Acquafredda. Dit kasteel uit de dertiende eeuw behoorde volgens de overlevering toe aan Ugolino della Gherardesca, conte di Donoratico, de Pisaanse familie die via huwelijken probeerde hun macht in zuid Sardinië uit te breiden. Uiteindelijk zou Ugolino het onderspit delven in de interne strijd in Pisa tussen Guelfi en Ghibellini en in de gevangenis een langzame dood sterven. Zijn naam werd vereeuwigd door Dante in de Divina Commedia. Het kasteel staat op een rotspunt als een bijna onneembare vesting, met aan de voet van de steile helling een klein vesting dorpje, een borgo, versterkt met muren. Het kasteel staat op een strategisch punt aan de ingang van de vallei.
Na een bezoek aan dit kasteel vervolgden we onze weg naar het noorden, via Vallermosa, Villacidro, Guspini naar Terralba. In Terralba zouden we de tweede week verblijven bij familie en nog een aantal uitstapjes maken. We hadden geen specifiek plan en dat pakte niet altijd goed uit bleek, maar uiteindelijk hebben we toch weer veel gezien.
Twee keer hadden we de gelegenheid om een wandeling te maken in het gebied van de Monte Arci. De eerste wandeling maakten we vanaf Tiria, een eind de berghelling op. De tweede wandeling maakten we in de buurt van Pau. Die dag stond er een harde wind en het dreigde te gaan regenen. De wandeling hielden we daarom kort, maar na de lunch besloten we nog naar de top van de berg te gaan, naar de twee vulkanische rotsen die de berg kenmerken. Deze twee punten zijn de overblijfselen van de vulkaanpijpen waar de lava uit stroomde, een inversie van de top van de vulkaan waar eerst de krater was. Van hieruit is er een mooi uitzicht (bij helder weer) van de hele Golf van Oristano. Op de Monte Arci zijn veel voorzieningen gemaakt om rustig te kunnen wandelen en te kunnen picknicken, maar het kan voorkomen dat er wilde zwijnen rondzwerven. Wij hebben alleen een groep geiten gezien die zich schichtig van ons verwijderden. Geiten hebben niet altijd een hoeder nodig.
We bezochten twee mooie musea die over dit gebied gaan. Het eerste museum is dat van het Obsidiaan, gevestigd in Pau. Hier wordt uitgelegd hoe obsidiaan ontstaat en hoe het in de prehistorie door de mens werd gebruikt om er messen en pijlpunten van te maken. Het tweede museum is een geologisch museum waar de verschillende steensoorten en mineralen van de vulkaan de Monte Arci getoond worden en de geologische geschiedenis van Sardinië uitgelegd wordt. Dit museum is gevestigd in een oud klooster in Masullas. Beide musea zijn de moeite waard om te bezoeken en educatief.
Één van onze uitstapjes was richting Busachi waar een permanente tentoonstelling was van klederdrachten. Uiteindelijk bleek deze tentoonstelling alleen van donderdag tot en met zondag open te zijn, dus stonden we voor een dichte deur. In plaats daarvan besloten we langs het meer van Omodeo naar Sedilo te rijden, waar elk jaar de Ardia gehouden wordt. Daar vlak bij bevindt zich een archeologische site met een nuraghe, een prehistorisch dorp en graven. Bij toeval zagen we langs de weg een verwijzing naar Zuri staan, en ik herinnerde me van de literatuur die ik gelezen had over de middeleeuwen op Sardinië dat daar een bijzondere kerk moest staan. Het kerkje, San Pietro di Zuri, blijkt inderdaad een klein juweeltje te zijn van middeleeuwse bouw- en sierkunst.
Vanaf Zuri zijn we naar Ghilarza gereden waar we wat gegeten en gedronken hebben en een paar foto's gemaakt. Vanaf Ghilarza naar Sedilo bleek niet zo lang te zijn. Naast de archeologische site bezochten we ook de kerk van Santu Antine, Sint Constantijn (de keizer die het christendom introduceerde als staatsreligie). Op de terugweg reden we over een oude provinciale weg die gereduceerd was tot zandweg terug naar Ghilarza langs de nuraghe Orgono.
Het archeologisch museum van Cabras
Het archeologisch museum van Cabras
Een tweede rit hebben we richting het schiereiland van Sinis gemaakt. Met een omweg, want we kwamen langs San Vero Milis waar de grote complexe nuraghe s'Uraki staat, helaas niet toegankelijk voor publiek en grotendeels aan het oog onttrokken door hoog gras en struiken. Deze nuraghe is onderwerp van onderzoek geweest en hier hebben de archeologen verschillende voorwerpen van fenicische oorsprong gevonden in de context van de nuraghe cultuur. Daarna bezochten we het archeologische museum van Cabras en San Giovanni di Sinis waar een tweede necropolis van Tharros opgegraven is (opgravingen zijn nog in volle gang ook dit jaar). Op de terugweg hadden we de kans om weer San Salvatore te bezoeken, en uitgerust met een betere foto camera nog mooiere foto's te maken van de grafiti en wandschilderingen in het hypogeum (ondergronds heiligdom). Ook de romeinse resten van Domu 'e Cubas vlak buiten San Salvatore waren vrijgemaakt zodat ik er foto's van kon maken. De vorige keer dat we er waren stond het gras kniehoog en was er niet veel te zien. Dat was ook het geval bij Is Bangius, het romeinse praetorium waar de resten van zijn gevonden bij Marrubiu. Ook daar stond het gras kniehoog waardoor de fundamenten aan het oog onttrokken waren. Een andere belangrijke nuraghe, die van Domu Beccia bij Uras was ook overgroeid en niet toegankelijk. Deze archeologische sites worden sporadisch onderhouden en zijn (nog) niet opengesteld voor publiek. De gemeentes worden verantwoordelijk gemaakt voor het bijhouden en eventueel exploiteren, al dan niet door middel van een cooperatief, van deze sites. Als het de gemeente aan geld ontbreekt, of andere prioriteiten heeft, dan is de site vaak niet of onvoldoende onderhouden. Dat het ook anders kan blijkt uit bijvoorbeeld de nuraghe Orgono waar de gemeente het terrein vrijhoudt van begroeiing. Het vrijhouden van hoog gras is overigens wettelijk verplicht in verband met hjet brandgevaar, maar veel gemeentes stellen dat tot het laatste moment uit om de kosten te drukken. Daar komt bij dat de maand mei niet gezien wordt als vakantie maand waarin de toeristen de sites komen bezoeken.
Deze maand mei was het overigens ook geen weer om aan het strand te liggen. De stranden bij Marina di Torregrande en aan de Golf van Oristano (Arborea) waren bijna leeg, en bij San Giovanni di Sinis stond een harde wind waar kitesurfers dankbaar gebruik van maakten. Afhankelijk van het weer kan het wel aangenaam zijn, maar tot in april was het op Sardinië vrij slecht weer met nog relatief koude dagen. We troffen langs het strand wel een strandplevier (fratino) die op veilige afstand van ons bleef, een voordeel als het rustig is.
De laatste avond hebben we nog gezamenlijk gegeten in Oristano in pizzeria Gionico, een gezellig restaurant waar je lekker kunt eten. Daarnaast zit een bar waar op dat moment live muziek werd gespeeld. De zaterdag was het weer tijd om terug te keren. Via de ss131 reden we langs Sassari naar Fertilia waar we eerst nog een lunch aten voor we naar het vliegveld gingen. Uiteindelijk stonden we om vijf uur weer op Eindhoven in net zo'n warme lucht als we in Alghero hadden achtergelaten.

Reis naar Sardinië 2011. Deel 3 het westen

©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact