Reis naar Sardinië 2011. Deel 2 Sulcis

21/06/2011 07:35:39

Reis naar Sardinië 2011. Deel 2 Sulcis

Het zuidwesten van Sardinië onderscheidt zich van de rest van het eiland door de aanwezigheid al van oudsher van de mijnbouw en die van de visserij op de eilanden San Pietro en Sant'Antioco. Dit had in de bronstijd al tot gevolg dat er een groot aantal nuraghi en bronstijd nederzettingen ontstonden en dat in de recentere ijzertijd deze streek zo sterk beïnvloedt werd door de aanwezigheid van de feniciërs en de puniërs. De geologische gesteldheid die het gebied ertsrijk maken is ook de reden dat, met uitzondering van de vlakte en de heuvels, er in de bergen zelf weinig bewoning is en dat de westkust ten noorden van Iglesias tot één van de schilderachtigste behoort die op Sardinië bekend zijn.

Onze keuze was gevallen op de agriturismo Agrifoglio bij San Giovanni Suergiu als geschikte accommodatie, en dat bleek om allerlei redenen een uitstekende keus te zijn geweest. Een agritoerisme zoals deze biedt voldoende vrijheid om al dan niet gebruik te maken van het halfpension en ze serveren authentieke maaltijden gebaseerd op de eigen produktie of op die van de directe omgeving waarvan de versheid gegarandeerd is. Deze agritoerisme is gevestigd in een voormalig boerenbedrijf van het INPS, het instituut van het staatspensioen (de italiaanse AOW), en beschikt over een uitgestrekt landbouwareaal en stallen waar varkens en schapen gehouden worden. Het boerenbedrijf en de agritoerisme worden beheerd door een cooperatief waarin alle leden dezelfde rechten en plichten hebben.
Dankzij de centrale ligging voor het zuidwesten konden we de uitstapjes naar alle kanten toe plannen zonder al te lang eenzelfde weg te hoeven afleggen. De eerste dag hadden we gepland voor Sant'Antioco, waar op dat moment de festiviteiten voor de patroonheilige plaatsvonden. We hadden daardoor het geluk dat een bezoek aan de musea en de bezienswaardigheden ons niets kostten, het enige nadeel was dat de basiliek gewijd aan de heilige op dat moment niet toegankelijk was. Een bijzondere ervaring was het archeologisch museum dat sinds ons laatste bezoek in de jaren negentig nieuw gebouwd was. In het moderne museum komen de archeologische vondsten van Sant'Antioco en Monte Sirai goed tot hun recht. De tofet, het fenicisch-punische heiligdom, kon alleen met een gids bezocht worden. Daarna zijn we naar de punische graven geweest, die tot in de twintigste eeuw nog bewoond werden door de armsten van het stadje, en het Sabaudische fort Su Pisu op de top van de heuvel waar Sant'Antioco op gebouwd is. Die avond was er ter ere van de heilige een processie, een optocht waarin veel folkloristicshe groepen uit de omgeving meededen en hun klederdrachtenn toonden, met ruiters te paard en versierde ossewagens. Natuurlijk werd de processie afgesloten door het beeld van de heilige Sint Antiochus zelf.
De tweede dag bezochten we de archeologische site van Monte Sirai. Voordat de site om tien uur opende stopten er twee bussen met schoolkinderen die die dag had gekozen voor een bezoek aan de site. Veel bezienswaardigheden worden door schoolklassen bezocht buiten de vakanties om. Hierdoor waren de twee gidsen echter volledig bezet zodat we uiteindelijk de site op eigen gelegenheid hebben bezocht. Monte Sirai bestaat uit een acropolis, een punisch grafveld met grafkamers en een tofet met een tempel structuur. Het belangrijkste graf kon echter niet zonder gids bezocht worden. Aan het einde van onze tour wachtten we tot de schoolkinderen het terrein hadden verlaten en vroegen aan de leiding of een gids ons kon begeleiden. De gids bleek zeer welwillend te zijn en was bereid speciaal voor ons het graf te openen zodat we nog wat foto's konden nemen.
Na dit bezoek aan Monte Sirai vervolgden we onze weg richting Nebida en Buggerru, een rit langs de kust naar het noorden. Bij Nebida is het mogelijk om een wandeling langs een panoramisch pad te maken waarbij je een mooi gezicht op het rotseiland Pan di Zucchero hebt. Overal langs de weg staan verlaten gebouwen die ooit behoorden tot de ondernemingen die de mijnen exploiteerden en nu deel uit maken van het landschap. Veel hiervan is beschermd door de instelling van een geominerair park dat zowel de mijnen als deze verlaten gebouwen omvat. Vanaf Buggerru kan je nog verder rijden en kom je op de weg van Arbus naar Fluminimaggiore uit, waar we een aantal jaren geleden zijn geweest. We zijn echter vanaf Buggerru waar we wat gegeten hadden weer teruggereden en hebben onderweg nog Cala Domestica aangedaan, een schilderachtige inham, gedomineerd door rotsen en een wit strand.
De necropolis van Montessu
De necropolis van Montessu
Ten noordoosten van San Giovanni Suergiu ligt een gebied dat rijk is aan prehistorische sites, de belangrijkste daarvan is de omvangrijke necropolis van Montessu, nabij Villaperuccio. Deze archeologische site omvat zo ongeveer alle typen prehistorische grafmonumenten uit het neolithicum. Er zijn twee bijzondere graven, de één met reliëfs met verschillende symbolen waaronder spiralen, de tweede met een reliëf van een stierekop met hoorns. Deze twee bijzondere graven vormen elkaars tegenpool, het vrouwelijke (moeder aarde, de opkomende zon) aan de oostkant en het mannelijke (de stier) aan de westkant. Een aantal van de grotere graven zijn in latere tijd gebruikt als woning door schaapsherders en om die reden verder uitgehakt, voorzien van vensters en een grotere deuropening. Hierdoor lijken het net grote gezichten. De gids die ons begeleidde was zeer onderlegd over het neolithicum en vertelde op meeslepende wijze over de relaties tussen necropolis, nederzetting en menhirs van Villaperuccio. Na dit bezoek reden we verder naar Santadi. Voorbij Santadi liggen de grotten van Is Zuddas, natuurlijk gevormde grotten met stalactieten en stalagmieten in allerlei gedaanten. In één van de zalen groeien de stalactieten in alle richtingen waardoor ze een grillige aanblik hebben. Ook hier was een groep scholieren een bezoek aan het brengen, af en toe hoorden we commentaren van de scholieren waaronder één die veronderstelde dat het geheel door buitenaards leven was gecreëerd.
De laatste dag van ons verblijf begon met een rondleiding door de voorzitter van de cooperatief die ons graag het boerenbedrijf liet zien. Vol trots toonde hij ons het initiatief opgezet door de cooperatief om in de omgeving perebomen te enten op de wilde peer, de pirastru. Toen hij echter door kreeg dat ik ook geïnteresseerd was in archeologie troonde hij ons mee naar de site van een nuraghe op hun terrein, waar naast de nuraghe ook overblijfselen van een dorp en een waterput te zien waren. Daarna reed hij voor ons uit naar de andere kant van San Giovanni Suergiu richting de berg waar een prehistorische necropolis ligt, is Loccis genoemd. Deze site moest nog door de gemeente vrijgemaakt worden van het hoge gras en in orde gemaakt worden. Op de top van de heuvel lagen nog de resten van een nuraghe, ondergegroeid en nauwelijks zichtbaar, zoals de meeste van de duizenden bouwwerken op Sardinië.
Op de laatste middag van ons bezoek aan het zuidwesten van Sardinië gingen we weer naar Sant'Antioco om alsnog de basiliek en het etnografisch museum te gaan bezichtigen. Aanvankelijk troffen we deuren van de basiliek gesloten, maar een stukje terug hadden we een groot bord gezien van een museum van het byssus. Byssus is een stof die wordt geweven van de dunne haren van een schelp, de pinna nobilis. Deze schelpensoort is tegenwoordig beschermd en de mevrouw die het museum beheert is de enige die toestemming heeft om byssus te verzamelen, overigens zonder de schelpdieren daarbij te schaden. Haar werk hangt in de meest prestigieuze musea van de wereld.
De basiliek met daaronder de catacomben, de christelijke graven die ontstaan zijn door het hergebruik van punische grafkamers, is heel indrukwekkend. Er mochten geen foto's genomen worden uit respect voor de aard van de omgeving, een begraafplaats, maar het bezoek was de moeite waard. Overigens is de basiliek van buiten nauwelijks zichtbaar omdat in het verleden de huizen en het gemeentehuis tegen de basiliek aangebouwd zijn. Het ethnografisch museum is een verzameling van voorwerpen die de Sardijnen dagelijks gebruikten, veel van het materiaal is door de bewoners van Sant'Antioco zelf aangedragen.
Na dit tweede bezoek aan Sant'Antioco deden we Tratalias aan. In het oude dorp staat een belangrijke kerk met daaromheen een aantal huizen die in de loop van de tijd verlaten zijn. Al met al hebben we in de korte tijd die we in deze omgeving doorbrachten veel gezien, maar er was geen tijd meer om één van de belangrijkste kolenmijnen te bezoeken bij Carbonia en we hebben weinig tijd besteed aan een bezoek aan het strand. Dat blijft op ons lijstje staan voor een volgende keer.

Reis naar Sardinië 2011. Deel 2 Sulcis

©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact