Reis naar Sardinië 2011. Deel 1

12/06/2011 15:52:32

Reis naar Sardinië 2011. Deel 1

Van 7 tot 22 mei dit jaar waren we op Sardinië. Hier doen we verslag van in de komende periode in een aantal delen. Het eerste deel gaat over de reis van Nederland naar het zuiden van Sardinië, het tweede deel over ons verblijf in San Giovanni Suergiu en het laatste deel over ons verblijf in Terralba.

Per trein zijn we van Amsterdam naar Eindhoven gereisd om het vliegtuig naar Alghero te nemen. De treinen in Nederland zijn berekend op forensen, niet op reizigers met koffers. Zelfs in de sneltrein tussen Schiphol en Eindhoven, die de twee vliegvelden verbindt, is geen ruimte voor grote koffers. Gelukkig reisden we op een zaterdag zodat we op den duur gebruik konden maken van de enige plek in de coupé waar je fatsoenlijk kan zitten met twee koffers. Er zaten meer mensen met hun bagage onhandig tussen de benen, naast hen op de stoel of boven in de rekken. Die rekken zijn allang niet meer berekend op koffers en reistassen. Met weemoed denk ik terug aan de treinreizen in Italië. Mensen op reis met zware koffers, tassen en dozen bijeengehouden met een stuk touw die zoveel mogelijk in de rekken boven de stoelen werden gehesen. De drukkende warmte, de geur van de geplastificeerde nepleren stoelen die aan je kleren plakten, en als de trein dan eindelijk in beweging kwam de vlaag van enige verkoeling door de raampjes die binnenwaaide. Nooit gedacht dat ik zou terugverlangen naar de ongemakkelijke bruinige coupé's van een Italiaanse trein. In Nederland is elke romantiek van het reizen grondig weggepoetst achter efficiëntie, afwasbare beige kunststof panelen, lilakleurige reukloze bekleding en rekken waar precies laptoptassen in passen. De enige gezelligheid kwam van de groep reizende buitenlanders, ongetwijfeld opgestapt op Schiphol, die de hele reis met elkaar bleven keuvelen.
De enige die nog goedendag zegt en wat afleiding brengt is de conducteur. We hoorden het gesprek met een medepassagier dat op luide toon werd gevoerd. Ook een buitenlander leek het want om van Arnhem naar Den Bosch te komen had hij blijkbaar de lange weg via Utrecht gekozen. Jammer van de reistijd die nu langer was dan nodig concludeerde de conducteur. Natuurlijk kijk je om als je het gesprek hoort, je neemt de persoon in kwestie in je op, je verzint er zelfs een verhaal bij hoe het komt dat hij de lange weg heeft genomen. Gebrek aan informatie, onbegrijpelijke borden, onduidelijke kaarten, iemand die hem verkeerd heeft gewezen.

Voordat we in Den Bosch aankwamen stond de man op en liep naar het andere eind van de coupé. Het zou niets bijzonders zijn geweest als hij niet had getwijfeld bij het ophangen van zijn jas, zijn hand uitstak en voorzichtig aan een zwarte tas begon te trekken die boven de keuvelende buitenlanders in het rek lag. Toen hij ijlings zijn hand terugtrok, schichtig begon te kijken en het opnieuw wilde proberen, keek ik hem indringend aan. In Den Bosch stapte hij uit, met alleen zijn jas.
Natuurlijk heeft efficiëntie ook zijn voordelen. Als je op vakantie gaat wil je niets liever dan zo snel mogelijk op de plaats van bestemming aankomen. Voor ons is de reis ook een deel van de vakantie. Daarin past precies een kleinschalig vliegveld als Eindhoven, waar je nog eens iemand kan tegenkomen (en dat was ook het geval). Tijdens de vlucht die minder dan twee uur duurde zaten we naast een gepensioneerde geëmigreerde Sardijn die uit de buurt van Thiesi kwam. Hij vertelde ons zijn wederwaardigheden, van zijn vertrek als jonge man naar Nederland, over zijn kinderen, over zijn huis op Sardinië. Mensen met verhalen die je, eenmaal aangekomen in Alghero, al snel uit het oog verliest en misschien nooit meer tegenkomt, ook al is het vliegveld van Alghero net zo kleinschalig als dat van Eindhoven.

Alghero centrum
Alghero centrum
Het eerste wat ik doe is een espresso nemen aan de bar van het vliegveld en de zwaluwen bekijken die buiten aan de lampen hun nesten hebben gebouwd. Daardoor waren we de laatste in de rij om de auto op te halen. Het duurde vrij lang voordat we weg konden rijden, en toch waren er niet zoveel wachtenden voor ons. De taal is niet zozeer het probleem, de mensen achter de balie deden hun best om engels te spreken, maar de onzekerheid bij de klanten was vrij groot. Wel of geen extra verzekering? De meesten lieten zich overhalen tot het afsluiten van een verzekering met een lager risico, en dus duurder. Het gevolg was dat tegen de tijd dat we wegreden het duister begon in te vallen, vroeger dan in Nederland en een stuk sneller. Daar had ik rekening mee gehouden door vlak bij het vliegveld een hotelkamer te reserveren zodat we nog tijd hadden om ergens wat te gaan eten. Met onverlichtte wegen die je maar nauwelijks kent (we waren vorig jaar al in de buurt van Fertilia geweest) is het vinden van je hotel niet altijd even makkelijk. Bovendien bleek het hotel van naam veranderd te zijn en hing het verlichtte bord met de oude naam nog langs de weg. Uiteindelijk waren we zeer tevreden over het hotel. In Fertilia vonden we redelijk makkelijk een restaurant waar we wat konden eten, pizza en een biertje erbij.

San Pietro di Sorres
San Pietro di Sorres
De zondag zouden we verder naar het zuiden rijden. We hadden ruim de tijd. Het eerste wat we deden was een bezoekje aan Alghero brengen om daar in de supermarkt wat voor de lunch te kopen. Zelfs de groenten- en vismarkt was deels open. Na een korte wandeling door het centrum gingen we op weg naar Olmedo. We wilden de archeologische site van Monte Baranta zien, maar dat liep op niets uit. Er waren wel bordjes die naar de site verwezen, maar we kwamen uit op een smalle landweg die zich door de heuvels kronkelde en langs steengroeves liep. We besloten het op te geven en de weg te vervolgen langs Ittiri naar Thiesi om daar de ss131 te pakken naar het zuiden. De omgeving is daar schitterend, met kunstmatige meertjes die als waterreserves dienen, groene bossen, adembenemende vergezichten. Bij Thiesi zag ik ineens een bord verwijzen naar San Pietro di Sorres en ik herinnerde me dat dit een bijzondere kerk moest zijn. Het was inmiddels bijna lunchtijd en vaak is er mogelijkheid om te picknicken vlak bij dit soort rurale kerkjes. Het bleek inderdaad een prachtige kerk te zijn van een monnikenorde. De kerk zelf was echter tussen één en twee uur gesloten en om deze te zien moesten we wachten. We besloten in een bar in de buurt koffie te gaan drinken. Het dorp heet Borutta, zeker geen toeristische plaats, en ligt op ruim een kilometer of van San Pietro di Sorres. We zagen in een flits in een ruime zijsteeg in het centrum een bar die open was en parkeerden snel de auto.
We groetten de mannen die voor de deur zaten en stonden, half in de schaduw of tegen de Ape geleund, met een groot glas bier (Ichnusa) of wijn in de hand. Om onze onzekerheid resoluut weg te nemen gebaarden de mannen ons naar binnen. Wij waren welkom. Neemt u toch plaats. De smalle ruimte werd voor de helft ingenomen door de bar, voor een kwart door nog meer mannen die op dat moment hun gesprek onderbraken om ons langs te laten. Lege en halfvolle glazen stonden naast een plankje met kaas. De muur volgehangen met posters en foto's en achter de bar de oneindige rij van flessen met alle soorten drankjes (jenever van Bols vindt je daar ook tussen). Het was lunchpauze en de hardwerkende, de gepensioneerde en de werkeloze inwoners van Borutta treffen elkaar dan in de bar om hun nieuwtjes van de dag, hun visie op de politiek en hun mening over de sport uit te wisselen. We bestelden onze twee espresso bij de eigenaar van de bar terwijl de andere aanwezigen hun gesprekken hervatten. Nog vóór we onze koffie konden aanraken werden we aangesproken. Of we niet van de kaas wilden proeven die één van hen zelf had gemaakt en had meegenomen voor iedereen, samen met een stuk piadina (plat brood), maar dan wel vóórdat we de koffie zouden drinken. Dat sloegen we niet af. Voordat we weg wilden vroeg één van de mannen ons nog naar onze mening over de wijze waarop we ontvangen waren bij de kerk van San Pietro di Sorres. Hij was wel nieuwsgierig naar onze bevindingen als toeristen. We vertrokken weer richting de kerk, een ervaring in Sardijnse gastvrijheid rijker.

De kerk van San Pietro di Sorres is een bijzonder bouwwerk. Deze staat boven op een heuvel en het behoorde ooit tot een middeleeuws dorp dat in de loop van de tijd verlaten en vervallen is. In de ochtend en in de middag zijn er rondleidingen met een gids. Daar hebben we geen gebruik van gemaakt omdat de gidsen pas rond half vier weer zouden komen. We hadden in de middag nog een lange rit voor de boeg naar San Giovanni Suergiu in het zuiden waar we tegen half zeven aankwamen. Het was nog even zoeken naar de agritoerisme, deze bleek net buiten San Giovanni Suergiu te liggen.

 

Reis naar Sardinië 2011. Deel 1

©2019 Tharros.info Sitemap Privacy Contact