|
|
|
||
| Index | |||
De Fenicische scheepvaart |
|||
Een van de takken van archeologie in ontwikkeling sinds het ontstaan van de duiksport is die van de onderwaterarcheologie. Hierdoor is de kennis over de scheepvaart in de antieke wereld enorm toegenomen. Voorheen waren er wel de afbeeldingen (zowel graffitti als vazen), de aardewerken scheepsmodellen (Cyprus) en de geschriften van de Griekse en Romeinse schrijvers, maar pas met de ontdekkingen van wrakken zoals het schip gedateerd op 1300 voor Christus bij Uluburun (Turkije) is veel meer duidelijk geworden over de scheepvaart in de antieke tijd 1. Deze monografie gaat over de scheepvaart van de Feniciërs. De Gaulos en de HipposDe schepen die de kooplieden gebruikten waren vooral breed en rond, geschikt om allerlei soorten handelswaar te vervoeren. De houten romp werd zonder hulp van metaal maar met houten pinnen bijeengehouden en de naden waterdicht gemaakt met touw en pek. De Grieken noemden ze gauloi en hippoi, de eerste term betekende tobbe en sloeg op de ronde vorm, de tweede duidde de vorm van de boeg aan, een paardehoofd. Mogelijk is gaulos afgeleid van het Fenicisch golah. Stabiliteit werd verkregen door onderin keien of zand te leggen als er geen lading amforen aan boord was. Een kiel of zwaard had het niet. Dit type schip werd zowel door de Feniciërs als door de Grieken gebruikt, maar het is bekend dat ook de Italiërs en de Sarden soortgelijke schepen hadden 2. Van de Sarden is ook een categorie bronzen beeldjes bekend in de vorm van scheepjes met dieren ornamenten wat velen heeft doen veronderstellen dat ook de Sarden handel dreven per schip. Er was plaats voor een bemanning van 20 roeiers. Daarnaast was het schip uitgerust met een vierkant zeil dat met ra en al in de mast gehesen werd. Roeien beperkte zich vaak tot het manouvreren in de haven en als er windstilte was terwijl men met name het zeil gebruikte. De beperking was dat dit type zeil niet erg geschikt was voor zijwinden, dat zou pas veel later komen, in de middeleeuwen, toen het Latijnse zeil in zwang kwam. Er was een stuurman aan boord die het roer bediende dat bestond uit een grote roeispaan aan de zijkant vastgemaakt. Verder was er een kapitein, die ofwel een vertrouweling van de eigenaar ofwel de koopman zelf was 3. Op de boeg van het schip werden twee ogen geschilderd waarmee, zo geloofde men, het schip zijn weg kon vinden. Navigatie in de oudheidMen veronderstelde lange tijd dat de navigatie zich beperkte tot klaarlichte dag, langs de kust en tot de afstand naar de volgende handelspost of haven die daarom nooit verder dan een dag varen lag. Dat is echter niet zo. De kapitein, die elke zeestroming en elke kust en de overheersende winden van het jaargetijde kende, had ook kennis van navigatie op de stand van de zon en de sterren. Een van de heldere sterren (mogelijk de poolster) werd in de oudheid ook de Fenicische ster genoemd. De afstanden die men voer namen soms meer dan 24 uur, zoals van Karthago naar Sardinië, of van Sardinië naar Ibiza. Wel was het vaarseizoen beperkt tot de zomermaanden, niet alleen vanwege het weer, maar ook omdat dat de maanden waren waarin de gewassen geen aandacht hoefden en de druiven en olijfbomen niet veel zorg nodig hadden. Het was ook traditioneel het seizoen om oorlog te voeren en om de piraterij te bedrijven 4. HavensHaven structuren kenden de Fenicieërs niet. Ze zochten hun ankerplaatsen in ondiepe wateren, zoals lagunes, of trokken hun schepen op het strand. Vandaar dat de nederzettingen op (schier)eilanden of bij lagunes gesticht werden. Er was dan altijd een veilige haven in de buurt. Lossen en laden betekende dan vaak waden door laag water met de last op de rug 5. 1 Renfrew and Bahn 2000, p.374-375 Bibliografie1. Aubet, M.E. 1993: The Phoenicians and the West. Politics, Colonies and Trade, Cambridge [first published in Spanish, 1987] |
|||
| |||
| (last updated: 02/16/2008 16:30:10) | |||
| ©2001-2008 Tharros.info | |||