|
|
|
||||
| Vorige pagina Index Volgende pagina | |||||
De Feniciërs op Sardinië |
|||||
Een belangrijke fase in de prehistorie voor Sardinië was de komst van de Fenicische kooplieden. Wanneer en hoe is ook deel van de vraagstukken die de archeologen, geschiedschrijvers en oudheidkundigen bezig houdt. Wanneer kan men spreken van een Fenicische aanwezigheid op Sardinië? In welke vorm was dat? Wat de Feniciërs aantroffen was de 'nuraghe-cultuur', stamverbanden die elk in hun eigen gebied regeerden. Ook was Sardinië geen onbekend gebied voor de kooplieden. De ontwikkeling van de Fenicische handelIn de bronstijd waren er al contacten tussen Sardinië en het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied. Myceens aardewerk van de late Bronstijd dat op Sardinië is teruggevonden is daarvoor een sterke aanwijzing 1. Na ongeveer 1200 voor Christus, met het wegvallen van de paleisculturen in Mycene en Kreta, bleven met name Cypriotische kooplieden directe of indirecte handel met Sardinië drijven 2. Pas rond de tiende eeuw voor Christus trad Tyrus in Fenicië (Phoenicia, het huidige Libanon) naar voren als belangrijkste stadstaat in de handel, daarmee stadstaten als Sidon, Sarepta en Byblos (Gebal) voorbij strevend. Hoewel men in het algemeen spreekt van Feniciërs (ook wel als Phoeniciërs geschreven), kwamen de kooplieden niet alleen van die streek maar ook uit andere Syrisch-Palestijnse gebieden. De eerste aanwijzing van een Fenicische expansie naar het westen kwam van Cyprus toen Tyrus de kolonie van Kition (Kittim) stichtte. Van daar uit drongen de Feniciërs steeds verder naar het westen door, via Kommos (Kreta) tot in Spanje 3. Kaart van de Middellandse Zee met de belangrijkste zeeverbindingen tussen de Fenicische nederzettingen. De Feniciërs in het westelijke Middellandse ZeegebiedHet is dan ook aannemelijk dat pas in de achtste eeuw voor Christus de Feniciërs hun eerste permanente nederzettingen stichtten op Sardinië: Tharros, Bithia, Sulcis (Sant'Antioco), Nora en Karalis (Cagliari). Ze legden de basis voor een handelsnetwerk in het hele westelijke deel van de Middellandse Zee; in Spanje (Huelva en Gades/Cadiz), Noord-Afrika (van Utica in Tunesië tot Lixus in Noord-Marokko), Malta, Sicilië (Motya, Panormus/Palermo). De drijfveer voor deze expansie van de Feniciërs lag deels in de lucratieve handel in zilver met Zuid-Spanje, die aan de Assyriërs doorverkocht werd, en deels in de handel in luxe goederen uit het oosten waardoor de kooplieden zich een plaats in de regionale handels netwerken konden verwerven 4. Vandaar dat nederzettingen als Sulcis, Pithekoussai (Ischia) en Motya ook wel "ports of trade" of "ports of call" genoemd worden waar naast Feniciërs ook Griekse kooplieden (Euboiers en later ook andere) actief waren 5. In deze periode van expansie die samenviel met de Griekse kolonisatie van Sicilië en Zuid-Italië (Groot-Griekenland), waren de Feniciërs niet uit op territoriale bezittingen maar juist uit op handel en vreedzame coexistentie met de inheemse bevolking 6. Fenicische nederzettingen op Sardinië
Veel resten van Fenicische bouwwerken zijn er niet meer te zien. Meest betreft het voorwerpen en beelden die gevonden zijn en in de diverse musea tentoongesteld worden. Vooral van belang is de steen van Nora met de oudste bekende inscriptie van de naam van Sardinië (SRDN) die gedateerd wordt op de negende eeuw voor Christus, en die te bezichtigen is in het Archeologisch Museum te Cagliari 9. Verder zijn in Tharros en in Sulcis de tophet te zien. In Tharros is deze op de resten van een nuraghe-dorp gesticht. 1 Markoe 2000, p.21, 177 Bibliografie1. Aubet, M.E. 1993: The Phoenicians and the West. Politics, Colonies and Trade, Cambridge [first published in Spanish, 1987] |
|||||
| |||||
| (last updated: 04/08/2008 21:19:17) | |||||
| ©2001-2008 Tharros.info | |||||