Het schiereiland van Sinis heeft een afwisselend landschap met zilte meren (stagni) en heuvels. De stagni zijn gevormd door de afzetting van zand meegevoerd door de rivier de Tirso en worden veelal gevoed met zoet water van kleinere rivieren en door regen. Bij Cabras zijn de stagni rijk aan vis en watervogels. In het noordelijke deel van het schiereiland daarentegen zijn de stagni zodanig verzilt dat het zoutgehalte zeer hoog is wat een ideale plek vormt voor de flamingo's om te fourageren (stagno Sale Porcus). Afgezien van landbouw, akkers en boomgaarden, zijn er nog de aantrekkelijke stranden aan de zeezijde. De eerste etappe van de route loopt van Oristano naar San Giovanni di Sinis. Op deze route is het mogelijk een bezoek aan de ruïnes van Tharros te combineren met een bezoek aan het strand. Het beginpunt is willekeurig gekozen. Een ieder die Tharros wil bezoeken zal echter langs het belangrijkste deel van deze route komen. Op de route is de peschiera (visbedrijf) van Cabras te zien, een van de belangrijkste visserijen van Sardinië die gebruik maakt van de migratie en voortplanting van de harders in het zilte meer. Hier wordt de bekende bottarga geproduceerd. Even verderop begint de provinciale weg die langs de Stagno di Mistras voert waar regelmatig flamingo's te zien zijn. Voorbij de splitsing die naar San Salvatore voert ligt aan de rechterzijde op een lage heuvel een vervallen nuraghe. Op het schiereiland stonden meer van deze nuraghi, en ook complexe nuraghi, maar deze zijn meer dan in het binnenland vaak geheel ontmanteld.
Voorbij Tharros loopt de weg weer naar beneden, langs een smalle strook land naar de eigenlijke Capo San Marco. Met zicht op Tharros liggen de punische graven, half afgebrokkeld en vervallen en sinds lang leeggeroofd. Het is mogelijk een eindje op Capo San Marco te wandelen of om terug te keren en op het strand van San Giovanni te vertoeven. Het is echter ook bekend dat er gevaarlijke stromingen kunnen zijn rond het schiereiland waardoor het niet raadzaam is een afgelegen plekje op te zoeken om te gaan zwemmen en zeker niet ver de zee in te gaan.
De derde etappe gaat naar Cabras, het Museo Civico Giovanni Marongiu. Hoewel veel van de archeologische vondsten in musea elders zijn verdwenen probeert men toch lokaal een waardevolle verzameling aan te leggen die in het museum bezocht kan worden. Tenslotte zijn in de gemeente Cabras een aantal belangrijke sites, niet altijd even zichtbaar, maar die bijgedragen hebben aan de kennis over Sardinië vanaf het neolithicum tot nu. Deze sites omvatten Cuccuru S'Arriu (Cuccuru Is Arrius), Monti Prama waar de grootste stenen beelden gevonden zijn uit de vroege IJzertijd (Nuraghe cultuur en Phoenicische contacten), Tharros zelf natuurlijk en nog meer vindplaatsen. Een uitstapje naar Torre Grande, de vierde etappe in de route, is de moeite waard om even op adem te komen op een terrasje en te genieten van een lekker wijntje. Marina di Torre Grande is een mondaine badplaats rond een Spaanse toren. Aan zee is het in de namiddag goed vertoeven en het plaatsje biedt naast schaduw van palmbomen ook een mooi uitzicht over de Golf van Oristano.
|
||
| (last updated: 02/07/2008 07:51:08) | ||
| ||